Een gen is een afgebakend stuk DNA op een chromosoom, dat in de volgorde van nucleotiden de informatie bevat voor één of meerdere specifieke eiwitten. Je kunt ook zeggen dat het gen codeert voor het eiwit. Een eiwit kan een erfelijke eigenschap tot uiting brengen, zoals bloedgroep of bloemkleur.

Elk gen heeft een vaste plaats, een zogenaamd locus, op een chromosoom. Op die plaats kunnen van hetzelfde gen verschillende varianten voorkomen, die we allelen noemen.

In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten, bestaat slechts een klein deel van alle DNA in een cel uit genen. De rest is DNA dat niet codeert voor eiwitten, in het Engels non-coding DNA (ncDNA).