Resultaten voor Organel

23 Results

Organel

Organellen zijn als het ware de organen van een cel, met elk een eigen gespecialiseerde vorm en functie. Je kunt ook zeggen dat organellen de functionele eenheden van een cel zijn. 
Organellen komen alleen voor in eukaryote cellen en zijn elk omgeven door een eigen membraan. Prokaryote cellen hebben geen organellen.

3

Flagellen

Een zweepstaartje, zweephaar, flagel of flagellum is een organel dat dient voor de voortbeweging van een eencellig organisme of een voortplantingscel.

Apoptose

Apoptose is het proces waarin een cel zichzelf doodt.

3

Vacuole

De vacuole, een organel, is een met vocht gevuld blaasje omgeven door een membraan.

Ribosoom

Een ribosoom is het onderdeel van de cel dat eiwitten maakt. Ribosomen zijn zelf opgebouwd uit eiwitten en rRNA, en bestaan elk uit een groot en een klein deel die tijdens de eiwitsynthese bij elkaar komen. Alle levende cellen hebben ribosomen.

Prokaryoot

Een prokaryote cel is een cel zonder celkern. Organismen die uit prokaryote cellen bestaan, zoals bacteriën, heten prokaryoten. Het belangrijkste verschil tussen prokaryoten en eukaryoten, is dat prokaryoten geen celkern hebben en eukaryoten wel.

4

Plastide

Plastiden zijn een type grote organellen in plantencellen, omgeven door twee membranen. Ze maken belangrijke stoffen voor de cel en slaan die op. Chloroplasten (bladgroenkorrels), amyloplasten en chromoplasten zijn de belangrijkste plastiden. Plastiden hebben eigen DNA en ribosomen en kunnen daarmee, onafhankelijk van de celkern, zelf enkele eiwitten maken.

2

Mitose

De mitose is het deel van de celcylcus in eukaryoten waarin de celkern en de cel zich delen. De interfase beslaat de rest van de celcyclus. Mitose is een centraal proces in de groei van weefsels en organisme.

Mitochondrium

Het mitochondrium is een organel dat de cel energie levert. Mitochondriën zijn omgeven door twee membranen en hebben hun eigen DNA. Alleen eukaryote cellen hebben mitochondriën.

Lysosoom

Een lysosoom is een organel dat grote moleculen in de cel verteert. Het lysosoom is een blaasje omgeven door een membraan, en bevat verteringsenzymen. Alleen dierlijke cellen hebben lysosomen.

1

Interfase

De interfase omvat het grootste deel van de eukaryote celcyclus. Naast de interfase bestaat die celcyclus uit de mitose. De meeste cellen bevinden zich het grootste deel van de tijd in de interfase. De interfase bestaat uit drie subfasen: de G1-, S-, en G2-fase.

2

Golgi-apparaat

Het golgi-apparaat of golgi-systeem, een organel, is een stapel platte zakjes gevormd door een membraan. In het golgi-systeem worden eiwitten en vetten afkomstig uit het endoplasmatisch reticulum verder bewerkt, opgeslagen en getransporteerd. Het golgi-apparaat komt alleen voor in eukaryote cellen.

2

Genoom

Het genoom is de complete verzameling erfelijk materiaal van een cel of een virus.

Eukaryoot

Een eukaryote cel is een complexe cel met een celkern. Ook heeft een eukaryote cel organellen die omgeven zijn door een membraan, zoals een golgi-apparaat, endoplasmatisch reticulum, en mitochondriën. Hierin verschilt een eukaryote cel van de eenvoudiger prokaryote cel die geen celkern en organellen heeft. Organismen met eukaryote cellen, zoals planten, schimmels en dieren, noemen we eukaryote organismen.

4

Endoplasmatisch reticulum

Het endoplasmatisch reticulum, een organel, is een netwerk van buisjes en zakjes in de cel. Het is opgebouwd uit één membraan dat verbonden is met het membraan van de celkern. Het endoplasmatisch reticulum komt alleen voor in eukaryote cellen.

1

Cytoskelet

Het cytoskelet is een netwerk van eiwitdraden en eiwitbuisjes in een cel. Het cytoskelet zorgt ervoor dat de cel zijn vorm behoudt. Daarnaast speelt het een belangrijke rol bij de celdeling en bij het transport van stoffen. In het cytoskelet kunnen drie verschillende structuren voorkomen: microtubuli, intermediaire filamenten en actinedraden.