Allelen

Allelen zijn bepaalde varianten van een gen.

12 articles

Suppressorgen

Een suppressorgen is een gen dat een eiwit produceert dat de celcyclus stillegt als DNA in een cel beschadigd is. Zo kan eerst de schade worden hersteld voordat de cel zich deelt, en wordt het beschadigde DNA niet verspreid naar de twee dochtercellen. Daarnaast zorgt een suppressorgen ervoor dat een cel met te veel of onherstelbare DNA-schade overgaat tot automatische celdood, oftewel apoptose.

Stamboomonderzoek

In stamboomonderzoek wordt aan de hand van een familiegeschiedenis onderzocht hoe een bepaalde erfelijke eigenschap overerft. Vaak gaat het in stamboomonderzoek om erfelijke afwijkingen die ziekten veroorzaken. In een stamboom wordt van ouders en nakomelingen over meerdere generaties ingevuld of ze de erfelijke afwijking wel of niet hebben. Door de waarnemingen te vergelijken met de regels voor een monohybride kruising, wordt duidelijk of het allel voor een bepaalde erfelijke afwijking recessief of dominant overerft. Met behulp van stamboomonderzoek kun je de kans berekenen dat een toekomstig kind een erfelijke ziekte zal hebben.

Single nucleotide polymorphism

Een single nucleotide polymorphism (SNP, uitgesproken als ‘snip’) is een locus van een enkel basenpaar, waarop in minstens één procent van de populatie een variatie in de nucleotide wordt gevonden. Bijvoorbeeld een plek in het genoom waar de helft van de individuen een A heeft, en de andere helft een G.

Recombinatie

Recombinatie is de herschikking van allelen, waardoor twee ouders een nakomeling kunnen krijgen met unieke chromosomen, die een unieke combinatie van (hun) erfelijke eigenschappen bevatten.

Recessief

Allelen kunnen in twee categorieën worden ingedeeld: dominante en recessieve allelen. 

Proto-oncogen

Een proto-oncogen is een gen dat codeert voor een eiwit dat groei en celdelingstimuleert. 

Monohybride kruising

Bij een monohybride kruising wordt één allelenpaar gevolgd tijdens de overerving van ouderpaar (P) naar nakomelingen (F1). Hierdoor kun je de kans op het voorkomen van een bepaald genotype of fenotype bij de nakomelingen bepalen. 

Locus

Een locus is een plaats op een chromosoom. Binnen dezelfde soort vind je de allelen van een bepaald gen altijd op hetzelfde locus.

Homozygoot

We noemen een individu homozygoot voor een bepaald locus, als zijn homologe chromosomen op dat locus gelijk zijn.

Heterozygoot

We noemen een individu heterozygoot voor een bepaald locus, als zijn homologe chromosomen op dat locus van elkaar verschillen.

Hardy-Weinberg

Het Hardy-Weinberg-evenwicht is de verhouding waarin allelen en genotypen in een populatie voor zouden komen als die populatie ‘perfect’ zou zijn. Dat wil zeggen: als er geen mutaties zijn, individuen willekeurig paren, geen van de allelen een selectievoordeel heeft, er geen uitwisseling is met andere populaties, de generaties niet overlappen en de populatie oneindig groot is.

Allel

Genen komen in verschillende varianten voor. Zo’n variant wordt een allel genoemd.