DNA

DNA is de belangrijkste drager van ons erfelijk materiaal.

59 articles

Repetitief DNA

Repetitief DNA: Bepaalde loci die bestaan uit herhalingen van korte DNA-sequenties achter elkaar ( In niet-coderend DNA ).

Flagellen

Een zweepstaartje, zweephaar, flagel of flagellum is een organel dat dient voor de voortbeweging van een eencellig organisme of een voortplantingscel.

Methylering

DNA-methylering of DNA-methylatie is een epigenetisch proces waarbij een methylgroep (CH3-groep) aan een histon binnen het DNA-molecuul wordt toegevoegd. Hierdoor verandert de structuur van het DNA, dat dientengevolge veranderd afleesbaar is tijdens bijvoorbeeld een transcriptie.

Mutageen

We noemen iets mutageen als het mutaties veroorzaakt. In het algemeen gaat het om bepaalde stoffen of typen straling.

DNA-profiel

Een DNA-profiel is de unieke set van genetische merkers van een individu. Een genetische merker is een stuk DNA-sequentie dat binnen een populatie varieert. Bij het maken van DNA-profielen van mensen wordt als genetische marker de variatie in de lengte van short tandem repeats (STR’s) gebruikt.

Waterstofbrug

Een waterstofbrug is een zwakke chemische verbinding die voorkomt tussen polaire moleculen. Een waterbrug ontstaat als een positief geladen waterstofatoom, dat in een molecuul gebonden is aan een negatief geladen atoom, ook aangetrokken wordt door een negatief geladen atoom van een ander molecuul. Doordat van beide moleculen een negatief geladen atoom trekt aan het positieve waterstofatoom, houdt het waterstofatoom de twee moleculen bij elkaar. In levende cellen ontstaan waterstofbruggen meestal tussen negatief geladen zuurstof- en/of stikstofatomen.

Virus

Een virus is een hoeveelheid erfelijk materiaal (DNA of RNA) met daaromheen een eiwitmantel, die levende cellen infecteert. Het DNA of RNA bevat de instructies om nieuwe viruseiwitten te maken. De eiwitmantel beschermt het erfelijk materiaal van het virus en helpt bij het binnendringen van gastheercellen. Doordat virussen de uitrusting missen om zelf eiwitten te maken, hebben ze levende cellen nodig om zich voort te planten.

Tripletcode

De tripletcode is de code waarmee de nucleotidenvolgorde in RNA vertaald kan worden naar een aminozuurvolgorde in een eiwit.

Transposon

Een transposon is een stukje mobiel DNA in eukaryote cellen dat binnen het genoom van een cel van plaats kan verwisselen. Transposons worden ook wel springende genengenoemd, ook al zijn het geen echte genen en komen ze ook nooit volledig los van het DNA.

Transcriptiefactor

Een transcriptiefactor is een eiwit dat bindt aan de promotor van een gen. Zo zorgt een transcriptiefactor voor meer of minder transcriptie van dat gen.

Transcriptie

Transcriptie is het proces waarin de informatie in DNA nucleotide voor nucleotide wordt omgeschreven in RNA.

Telomeer

Een telomeer is een zich herhalend stuk DNA aan het uiteinde van elk chromosoom. Telomeren beschermen de genen die aan het eind van het chromosoom liggen tegen beschadigingen. 

Suppressorgen

Een suppressorgen is een gen dat een eiwit produceert dat de celcyclus stillegt als DNA in een cel beschadigd is. Zo kan eerst de schade worden hersteld voordat de cel zich deelt, en wordt het beschadigde DNA niet verspreid naar de twee dochtercellen. Daarnaast zorgt een suppressorgen ervoor dat een cel met te veel of onherstelbare DNA-schade overgaat tot automatische celdood, oftewel apoptose.

Splicing

Splicing is een proces in eukaryote cellen, waarbij na de transcriptie gedeeltes uit het mRNA worden verwijderd, en de overblijvende stukken aan elkaar worden geplakt.

Single nucleotide polymorphism

Een single nucleotide polymorphism (SNP, uitgesproken als ‘snip’) is een locus van een enkel basenpaar, waarop in minstens één procent van de populatie een variatie in de nucleotide wordt gevonden. Bijvoorbeeld een plek in het genoom waar de helft van de individuen een A heeft, en de andere helft een G.

Short tandem repeat

Een short tandem repeat is een serie herhalingen van korte stukjes nucleotidenvolgorde in het DNA. Het herhaalde stukje DNA bestaat uit twee tot vijf nucleotiden.