RNA is een molecuul dat, net als DNA, bestaat uit een reeks aan elkaar gekoppelde nucleotiden. In de cel hebben RNA-moleculen verschillende functies rondom de eiwitsynthese.

Verschillen in opbouw met DNA

RNA (een afkorting van ribonucleïnezuur, in het Engels ribonucleic acid) lijkt op DNA, maar er zijn verschillen. Ten eerste bevatten de nucleotiden in RNA een ribose-suikergroep, in tegenstelling tot de deoxyribose-suikergroep in DNA. Daarnaast bevat RNA wel de nucleotiden A, C en G, maar geen thymine. In plaats daarvan vind je in RNA uracil (U). Verder is RNA meestal enkelstrengs, in tegenstelling tot DNA, dat dubbelstrengs is. Tot slot bevat een cel een vaste hoeveelheid DNA (de chromosomen), maar wordt er doorlopend nieuw RNA gemaakt en weer afgebroken.

Typen RNA

In cellen vind je verschillende typen RNA, met verschillende functies: mRNAtRNA en rRNA. Al deze typen RNA hebben een rol in de productie van eiwitten op basis van informatie uit het DNA.

Animatie vergelijking DNA / RNA

 

De RNA Tabellen

De Codontabel. Deze tabel geeft de 64 (43) mogelijke codons met de bijbehorende aminozuren.
De aminozuren zijn ook aangeduid met de drieletterige schrijfwijze en de eenletterige afkorting.
2e base
UCAG
1e

base

UUUU Fenylalanine; Phe (F)
UUC Fenylalanine
UUA Leucine; Leu (L)
UUG Leucine
UCU Serine; Ser (S)
UCC Serine
UCA Serine
UCG Serine
UAU Tyrosine; Tyr (Y)
UAC Tyrosine
UAA Stop
UAG Stop of Pyrrolysine; Pyl
UGU Cysteïne; Cys (C)
UGC Cysteïne
UGA Stop of Selenocysteïne; Sec
UGG Tryptofaan; Trp (W)
CCUU Leucine; Leu (L)
CUC Leucine
CUA Leucine
CUG Leucine
CCU Proline; Pro (P)
CCC Proline
CCA Proline
CCG Proline
CAU Histidine; His (H)
CAC Histidine
CAA Glutamine; Gln (Q)
CAG Glutamine
CGU Arginine; Arg (R)
CGC Arginine
CGA Arginine
CGG Arginine
AAUU Isoleucine; Ile (I)
AUC Isoleucine
AUA Isoleucine
AUG Methionine1; Met (M)
ACU Threonine; Thr (T)
ACC Threonine
ACA Threonine
ACG Threonine
AAU Asparagine; Asn (N)
AAC Asparagine
AAA Lysine; Lys (K)
AAG Lysine
AGU Serine; Ser (S)
AGC Serine
AGA Arginine; Arg (R)
AGG Arginine
GGUU Valine; Val (V)
GUC Valine
GUA Valine
GUG Valine
GCU Alanine; Ala (A)
GCC Alanine
GCA Alanine
GCG Alanine
GAU Asparaginezuur; Asp (D)
GAC Asparaginezuur
GAA Glutaminezuur; Glu (E)
GAG Glutaminezuur
GGU Glycine; Gly (G)
GGC Glycine
GGA Glycine
GGG Glycine

 

Tabel: Inverse codontabel.
Deze toont de 20 aminozuren en de codons waardoor ze kunnen worden gecodeerd.
AlaGCU, GCC, GCA, GCGLysAAA, AAG
ArgCGU, CGC, CGA, CGG, AGA, AGGMetAUG
AsnAAU, AACPheUUU, UUC
AspGAU, GACProCCU, CCC, CCA, CCG
CysUGU, UGCPylUAG
GlnCAA, CAGSecUGA
GluGAA, GAGSerUCU, UCC, UCA, UCG, AGU, AGC
GlyGGU, GGC, GGA, GGGThrACU, ACC, ACA, ACG
HisCAU, CACTrpUGG
IleAUU, AUC, AUATyrUAU, UAC
LeuUUA, UUG, CUU, CUC, CUA, CUGValGUU, GUC, GUA, GUG
STARTAUG, UGGSTOPUAG, UGA, UAA

A=Adenine, C=Cytosine, T=Thymine, G=Guanine en U=Uracil