Een DNA-profiel is de unieke set van genetische merkers van een individu. Een genetische merker is een stuk DNA-sequentie dat binnen een populatie varieert. Bij het maken van DNA-profielen van mensen wordt als genetische marker de variatie in de lengte van short tandem repeats (STR’s) gebruikt.

Forensisch onderzoek en verwantschapsonderzoek

In forensisch onderzoek, bij misdrijven maar ook bij rampen, kunnen DNA-profielen worden gebruikt om mensen te identificeren. Bij een misdrijf worden DNA-profielen van bijvoorbeeld de verdachte, het slachtoffer en het bloed dat is aangetroffen op de plaats delict vergeleken. Bij rampen wordt het DNA-profiel van slachtoffers met dat van bloedverwanten vergeleken. Hierbij wordt doorgaans getest op dertien STR’s. Zelfs zo’n kleine set merkers geeft een bruikbaar genetisch profiel, omdat de kans dat twee mensen precies dezelfde set STR-merkers hebben verwaarloosbaar klein is – met uitzondering van eeneiige tweelingen, die identiek DNA hebben. DNA-profielen worden ook gebruikt voor verwantschapsonderzoek. Bij een vaderschapstest wordt bijvoorbeeld het DNA vergeleken van een moeder, haar kind en de mogelijke vader.

Illustratie

Een versimpeld voorbeeld van een DNA-profiel, gebruikt voor een vaderschapsonderzoek. Voor drie loci zijn de lengte van STR’s van de moeder, het kind en de mogelijke vader bepaald. Het kind krijgt op elke locus één van de STR’s van de vader en één van de moeder. Als die twee STR’s even lang zijn, zie je één bandje. Als er in het profiel van het kind een STR voorkomt die niet in het profiel van de moeder noch in het profiel van de mogelijke vader, dan is die niet de biologische vader.