Met de viering van het Internationale Jaar van de Aardappel (IYP) willen de Verenigde Naties het belang van de aardappel – en van landbouw in het algemeen onder aandacht brengen. Het gaat daarbij om zaken die van wereldbelang zijn, zoals honger, armoede en bedreigingen van het milieu.
In de loop van de volgende twee decennia zal de wereldbevolking gemiddeld met 100 miljoen mensen per jaar groeien. Meer dan 95 procent van die toename zal in de ontwikkelingslanden plaatsvinden, waar de druk op het gebruik van land en water al immens is. Een zeer belangrijke uitdaging voor de internationale gemeenschap is daarom het verzekeren van voedselveiligheid voor huidige en toekomstige generaties, terwijl de natuurlijke rijkdom voor ons allen beschermd blijft. De aardappel zal deel uitmaken van de inspanningen om die uitdagingen op te pakken.
De aardappel wordt in de Andes al ongeveer 8.000 jaar geconsumeerd. Naar Europa meegenomen door het Spanjaarden in de 16de eeuw, verspreidde de plant zich snel over de aardbol uit. Vandaag de dag worden de aardappels gekweekt op een geschatte 195.000 km2 landbouwgrond, van het plateau van Yunnan in China en de subtropische laaglanden van India, tot aan de equatoriale hooglanden van Java en de steppen van Oekraïne. In termen van opbrengst, is de nederige aardappelknol het vierde voedingsgewas van de wereld, met een productie in 2007 van meer dan 320 miljoen ton. Meer dan werd de helft van dat totaal werd in ontwikkelingslanden geoogst.
De aardappel zou een belangrijk onderdeel moeten zijn van strategieën gericht op het voeden van de armen en hongerigen. De knol is zeer geschikt voor plaatsen waar de hoeveelheid land beperkt is en de arbeid overvloedig aanwezig; de situatie in een groot deel van de ontwikkelingslanden. De aardappel produceert voedzaam voedsel en doet dat sneller, op minder land, en in hardere klimaten dan elk ander belangrijk gewas. Tot 85% van de plant is eetbaar voedsel, in vergelijking met rond 50% in graangewassen.
Aardappels zijn rijk aan koolhydraten, en dat maakt hen tot een goede energiebron. Zij hebben het hoogste eiwitgehalte (rond 2,1% op basis van versgewicht) in de familie van wortel en knolgewassen. Het eiwit is van redelijk goede kwaliteit met een aminozuursamenstelling die goed past bij onze voeding. Ze zijn ook zeer rijk aan vitamine C - één enkele middelgrote aardappel bevat meer dan de helft van de dagelijks noodzakelijke opname. Aardappels bevatten een vijfde van de geadviseerde dagelijkse hoeveelheid kalium.
De aardappelproductie is in de laatste 10 jaar jaarlijks gemiddeld met 4,5% gestegen. Die stijging was hoger dan die van veel andere belangrijke voedselgewassen in ontwikkelingslanden, in het bijzonder in Azië. Terwijl de consumptie van aardappel in Europa is gedaald, is deze in ontwikkelingslanden gestegen, van minder dan 10 kg per persoon in 1961-63 tot bijna 22 kg in 2003. De consumptie van aardappel in ontwikkelingslanden is nog steeds minder dan kwart van die in Europa, maar het lijkt er sterk op dat die consumptie in de toekomst zal stijgen.
Vrije vertaling van artikel 'Why potato' van de website 'International year of the potato 2008' va de Wereledvoedselorganisatie (FAO) van de VN
