Het CBSG probeert de schimmelproblemen van aardappeltelers te verhelpen. De eerste vruchten van het onderzoek zijn al geplukt.
Gezonde producten die milieuvriendelijk zijn geteeld; dat is de wens van de hedendaagse consument. Ook de Nederlandse appelveredelaars, -telers en -verwerkende industrie werken het liefst met duurzame rassen die een uniforme en betrouwbare opbrengst leveren van hoge kwaliteit. Vatbaarheid voor ziektes zorgt dat bepaalde aardappelrassen, ondanks andere gewenste eigenschappen, minder worden geteeld of alleen in combinatie met grootschalig gebruik van fungiciden. Dit leidt tot een duurdere teelt, ongewenste werkomstandigheden voor de boer en mogelijk nadelige gevolgen voor het milieu.
Als onderdeel van het resistentieprogramma van het Centrum voor BioSystems Genomics (CBSG) zijn enkele honderden nieuwe, unieke bronnen van resistentiegenen tegen de schimmelziekte Phytophthora geïdentificeerd. Phytophthora is de belangrijkste ziekte van de aardappel en betekent wereldwijd een enorme kostenpost. Mondiaal fungicide gebruik tegen deze ziekte alleen kost jaarlijks ongeveer €3 miljard. Daarbij komt nog het verlies in opbrengst dat, ondanks intensief spuiten van het kwetsbare loof, ook naar schatting enkele miljarden euro per jaar bedraagt. Door voor het eerst grondig te screenen in de bestaande natuurlijke biodiversiteit (nationale collecties,wilde verwanten etc.) heeft CBSG nieuwe ingangen gevonden die mogelijk zullen leiden tot meer resistente aardappelrassen die efficiënter te telen zijn en minder belastend zijn voor het milieu.
Drie jaar geleden is CBSG in samenwerking met het aardappelbedrijfsleven een programma gestart dat de basis vormt van een langetermijnstrategie om duurzame rassen te produceren voor de mondiale aardappelmarkt (consument, bak- en zetmeel). Met de focus op Phytophthora resistentie zijn 5.000 lijnen gescreend in een in vitro toetsingsmethode. Deze lijnen vertegenwoordigen één van de grootste collecties ooit die op deze manier is onderzocht. Het gaat hier om genotypen van soorten die meer of minder verwant zijn aan de consumentaardappel. Meer dan 500 lijnen zijn gevonden die deels of volledig resistent tegen Phytophthora leken te zijn. Verdere selectie en gerichte kruisingen hebben geleid tot enkele interessante populaties, die nu al door de industriële partners zijn opgenomen in hun veredelingsprogramma's.