Rijst kennen we vooral van de kletsnatte sawa’s. Toch is rijst ook in droge gebieden een belangrijk gewas. De vraag is hoe we de droogtolerantie in deze rijst verder kunnen verbeteren.
Droogtetolerantie wordt een steeds belangrijke eigenschap omdat verwacht wordt dat water in de nabije toekomst een schaars goed wordt (en dat het misschien duurder wordt dan olie). Een andere reden om droogtetolerantie van planten te verbeteren is dat ze dan een hogere opbrengst kunnen geven en meer monden gevoed kunnen worden van hetzelfde stukje land.
Genomics-onderzoekers willen achterhalen welk gen (of genen) verantwoordelijk is voor droogtetolerantie. Ze denken dat dit mogelijk is nu de hele DNA-code van rijst ontrafeld is. Door genen één voor één stil te leggen (inactief maken) hopen ze het effect van die genen op droogtetolerantie te kunnen meten. Ze gaan er van uit dat droogtetolerantie door een beperkt aantal genen aangestuurd wordt.
Veredelaars redeneren dat droogtetolerantie sterk afhankelijk is van de omstandigheden. Zij spreken bijvoorbeeld over droogtetolerantie tijdens de kieming van het zaad, het stadium van bladgroei, tijdens de bloei, of tijdens de rijping. Het kan zijn dat in het ene land moeilijk te voorspellen is wanneer het regenseizoen echt begint, terwijl in een ander land de regenbuien juist aan het eind van het regenseizoen onbetrouwbaar zijn. Verbetering van droogtetolerantie vraagt dan om een verschillende aanpak in deze twee landen. Sommigen zeggen ook dat droogtetolerantie in Azië en Afrika waarschijnlijk niet hetzelfde is.
Voor het verbeteren van droogtetolerantie beginnen genomics-onderzoekers bij de genen die op de chromosomen liggen en proberen te begrijpen wat het effect is op de plant. Veredelaars daarentegen beginnen bij de plant en proberen te snappen welke genen bij welk planttype horen. Beide vertaalslagen zijn heel lastig te maken.
Het Generation Challenge Program is een wereldwijd programma dat probeert deze twee verschillende benaderingen, van genomics onderzoekers en veredelaars, te combineren. De belangrijkste planteigenschap waarop dit programma zich richt is droogtetolerantie. Medewerkers van dit Programma vonden dat droogtetolerantie gekoppeld kan zijn aan andere eigenschappen van de plant, zoals aluminiumresistentie, of weerstand tegen insectenvraat. Wanneer verschillende genen elkaar onderling beïnvloeden, wordt het voor veredelaars heel moeilijk om met traditionele kruisen en selecteren planten te selecteren met die droogte beter kunnen verdragen. Genomics informatie en moleculaire merker selectie maakt het makkelijker om die planten te selecteren die beter tegen droogte bestand zijn.
Juist de verschillende aanpak van moleculair biologen en veredelaars maakt het mogelijk om ingewikkelde eigenschappen te verbeteren en daardoor vooruitgang te boeken in de veredeling van planten.