
Aardbeien hebben een eigen smaak en geur. Ze zijn zoet, sappig maar niet waterig, en hebben een fris en zuur aroma. De karakteristieken van de aardbei (vorm, kleur, groei) worden bepaald door vele verschillende genen, maar er is één gen opgespoord dat een uitermate belangrijke rol speelt bij de smaak en geur. Onderzoeker Asaph Aharoni ontdekte welke. Uit de wilde aardbei is dit gen eenvoudig te isoleren.
De Wageningse onderzoeker Asaph Aharoni bestudeerde voor het instituut Plant Research International de genen die een rol spelen bij de vorming van smaakstoffen in de aardbei. Voor zijn onderzoek gebruikte hij het Nederlandse aardbeienras Elsanta, de beste verkochte aardbei in Europa. Met behulp van microarray-techniek testte hij de activiteit van 1.700 genen tijdens de vruchtrijping.
Met microarray techniek wordt het boodschapper-RNA (mRNA) eerst geïsoleerd en gezuiverd. Daarna wordt het gen geanalyseerd op functie met behulp van computers. Aharoni ontdekte dat in de aardbei het zogenaamde SAAT-gen verantwoordelijk is voor de vorming van meerdere belangrijke smaakstoffen. Smaakstoffen in fruit hebben vaak de chemische structuur van esters, dat zijn vluchtige alcoholverbindingen. SAAT is betrokken bij het aanmaken voor verschillende van deze verbindingen.
Aharoni ontdekte ook dat uit de wilde aardbei het SAAT-gen eenvoudig te isoleren is. Volgens hem kunnen plantveredelaars voor de ontwikkeling van nieuwe smaakvolle aardbeien dan ook niet om de wilde aardbei heen. De wilde aardbei heeft een minder complexe genetisch opmaak en een kortere levenscyclus. Dat maakt de wilde aardbei zeer geschikt als uitgangsmateriaal voor nieuwe soorten.