Verbeterde gewassen

Genetisch verbeterde gewassen zijn het bekendste en tevens meest omstreden voorbeeld uit gentechnologie. Twee klassiekers uit de landbouw.

De eerste praktische en grootschalige toepassingen van gentechnologie vonden aan het eind van de vorige eeuw plaats in de landbouw. Gewassen die bestand zijn tegen bepaalde ziekten door toevoeging van een extra gen, of gewassen die zo bewerkt zijn dat ze bestand zijn tegen bestrijdingsmiddelen.

Succes bij boeren

Voor de consument hebben deze eerste genetisch veranderde gewassen geen duidelijke voordelen; de producten worden niet goedkoper en ze smaken ook niet beter. Boeren zijn er vaak wel blij mee. Vooral in landen als de Verenigde Staten, Argentinië, China en India stappen steeds meer boeren over op genetisch veranderde gewassen. Terwijl in Europa men nog zeer terughoudend is, werd er in 2006 mondiaal meer dan 100 miljoen hectare GMO gewassen geteeld (met namen soja, katoen, maïs en koolzaad). In sommige landen beslaat de teelt van GMO gewassen als soja en katoen meer dan 90% van het totale teeltoppervlak voor dat gewas.

Gepantserde soja

Sojabonen
Sojabonen

Boeren die soja verbouwen hebben veel last van onkruid. Om dat onder controle te houden gebruiken ze vaak bestrijdingsmiddelen die glyfosaat bevatten. Dit middel is dodelijk voor alle planten. Zodra het veld met soja is ingezaaid kan het middel niet meer gebruikt worden en wordt de onkruidbestrijding erg arbeidsintensief. De genetisch veranderde sojaplanten zijn tegen glyfosaat bestand, waardoor de boeren het middel kunnen blijven gebruiken.

Gewapende maïs

Maïskolven

Voor maïstelers is een vraatzuchtig insect, de stengelboorder, een groot probleem. De oplossing hier was het ontwikkelen van een genetisch veranderde maïssoort die een stof aanmaakt die dodelijk is voor de stengelboorder, maar onschadelijk is voor mensen. De plant maakt dus z’n eigen bestrijdingsmiddel.

Alleen maar voordelen?

Er zijn niet alleen maar voordelen aan de genetisch veranderde gewassen. Zo is er angst dat de stengelboorder vroeg of laat resistent zal worden voor het middel dat de maïsplant aanmaakt. Ook is er angst dat de ingebouwde genen in andere gewassen terecht zou kunnen komen. In de praktijk lijkt dat risico tot dusverre mee te vallen. Genen komen wel in wilde planten terecht, maar bieden die plant geen duidelijke voordelen, waardoor het gen na verloop van tijd weer verdwijnt. Toch is het zaak om de boel goed in de gaten te blijven houden.

Gewapende maïs, die zijn eigen bestrijdingsmiddel aanmaakt tegen de vraatzuchtige stengelboorder. Hoelang zal het duren voordat die beestjes zich tegen het bestrijdingsmiddel zullen wapenen?