Van wie is dat gen nou eigenlijk?

Het genetisch materiaal van planten is een waardevolle grondstof voor allerlei onderzoekers en bedrijven. De grote vraag is alleen: van wie is deze waardevolle grondstof? Van wie is het genetische materiaal van bijvoorbeeld een brandnetel, of van dat zeldzame plantje diep in het regenwoud?

Gemeenschappelijk erfgoed

De eigendomsvraag houdt velen bezig, en er wordt tot op hoog politiek niveau druk over gediscussieerd. Nog niet zo heel lang geleden beschouwde men de plant-genetische bronnen van deze wereld als een gemeenschappelijk erfgoed. Hiermee bedoelde men dat het genetische materiaal van planten van iedereen is en dat niemand kan zeggen dat het zijn eigendom is. Een boer is natuurlijk wel eigenaar over de tarweplantjes die hij verbouwt, maar hij kan zich niet de eigenaar noemen van dé tarwe plant, want die wordt door nog miljoenen andere boeren verbouwd.

Patenten

Inmiddels is de situatie een stuk complexer geworden. Door de opkomst van de biotechnologie is het mogelijk geworden om planten genetisch te modificeren. Dergelijke planten worden in steeds meer landen als uitvindingen gezien die je net als iedere andere technische uitvinding kan patenteren. Dit betekent dat degene die het patent krijgt over een bepaalde genetisch gemodificeerde plant, daar voor een bepaalde tijd (meestal 20 jaar) de eigenaar van is en deze als enige mag produceren en verkopen.

Planten die groeien in de natuur zijn uiteraard geen menselijke uitvindingen en kunnen dus niet worden gepatenteerd. Toch is het in steeds meer landen in de wereld ook mogelijk om het genetisch materiaal van een bestaande plant te patenteren. De reden hiervoor is dat dit genetische materiaal met behulp van genomics technieken kan worden geïsoleerd en gekopieerd. Onderzoekers proberen daarbij de specifieke eigenschappen van het geïsoleerde stukje DNA te bepalen. Het gekopieerde stukje DNA komt in geïsoleerde vorm niet voor in de natuur en kan als menselijke uitvinding worden gepatenteerd.

Met het gepatenteerde genetische materiaal kan veel geld verdiend worden. Zeker ook omdat het plant genetisch materiaal steeds meer toegepast kan worden in verschillende industrieën. Planten spelen bijvoorbeeld een grote rol in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen of cosmetische producten. Dergelijke producten kunnen zeer winstgevend zijn.

Ongelijke situatie

De grootste plant van genetische bronnen van de wereld bevinden zich in ontwikkelingslanden. De natuurlijke biodiversiteit is in veel van deze landen enorm groot en ook is er meer variatie in culturele tradities van het boerenleven. Toch vindt het onderzoek naar deze genetische bronnen voornamelijk plaats in de bio-industrieën van de ontwikkelde landen. Daar worden de uiteindelijk producten ontwikkeld die gepatenteerd kunnen worden en waarmee geld kan worden verdiend. En dan te bedenken dat de plant-genetische bronnen in de ontwikkelingslanden zelf tot voor kort nog als gemeenschappelijk erfgoed werden beschouwd, waar iedereen gratis toegang tot had.

Soevereine Rechten

Om aan deze ongelijke situatie een einde te maken en ontwikkelingslanden mee te laten profiteren van de groeiende bio-industrieën, besloot de international gemeenschap in 1992 om het principe van gemeenschappelijk erfgoed los te laten. In plaats daarvan bevestigde men in de Convention on Biological Diversity dat ieder land soevereine rechten heeft over zijn eigen plant genetische bronnen. Dit betekent dat een land nu eisen kan stellen aan iedere partij die toegang wil hebben tot de genetische bronnen op zijn grondgebied. In ruil voor toegang kan zo een aandeel worden gevraagd in de winst die voortvloeit uit het gebruik van het ontvangen plant genetisch materiaal. Ook kan er onderhandeld worden over de verdeling van kennis en technologieën die ontwikkeld worden met behulp van het uitgewisselde materiaal.

Bottleneck

Helaas bleek het nieuwe systeem van soevereine rechten niet goed te werken voor die genetische bronnen die gebruikt worden voor voedsel en landbouw. De voornaamste reden hiervoor is dat de planten die men gebruikt voor voedselproductie al eeuwen lang worden uitgewisseld en meestal wijdverbreid worden verbouwd. Hierdoor is het nauwelijks mogelijk om een land aan te wijzen dat de soevereine rechten van het genetische materiaal van een bepaald gewas in handen heeft. Daarnaast is de landbouwsector zelfs afhankelijk van de historische uitwisseling van plant genetische bronnen. Alleen op die manier kan men steeds weer betere gewassen kweken die tegen nieuwe ziektes opgewassen zijn en meer voedsel produceren voor de groeiende wereldbevolking. Een systeem dat de vrije uitwisseling van deze plant genetische bronnen in de weg staat, zou uiteindelijk de wereldvoedselvoorziening in de weg kunnen staan, zo menen critici van de CBD en diens systeem van soevereine rechten over plant genetisch materiaal.

Een Internationale Lijst voor Voedsel en Landbouw Gewassen

Daarom heeft de internationale gemeenschap in 2001 een internationale lijst voor voedsel en landbouw gewassen opgesteld. Die lijst bevat de namen van de gewassen die vanuit het oogpunt van voedselzekerheid belangrijk zijn. Ieder land dat het verdrag ondertekent heeft vrije toegang tot die gewassen en mag zelf geen rechten over die gewassen claimen. Bedrijven die de gewassen gebruiken bij het kweken van nieuwen mogen deze alleen patenteren als ze een gedeelte van hun winst op deze nieuwe gewassen storten in een internationaal fonds dat projecten voor boeren in ontwikkelingslanden ondersteunt.

Deze internationale lijst vergemakkelijkt dus de toegang tot die gewassen die essentieel zijn voor werelds voedselvoorziening. Daarmee komt het oorspronkelijke principe van gemeenschappelijk erfgoed weer een beetje terug en hopen de opstellers dat de historisch vrije uitwisseling van plant genetische bronnen voor voedsel en landbouw in stand blijft. Deze lijst is opgenomen in de International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture.

Conclusie

De vraag “Wie bezit de plant genetische bronnen?” is dus niet zo makkelijk te beantwoorden. Niet zo lang geleden was het genetisch materiaal van planten nog van iedereen en van niemand tegelijkertijd. Inmiddels vallen de meeste plant genetische bronnen onder de soevereine rechten van het land waar ze voorkomen. Daarnaast kunnen genetisch gemodificeerde planten worden gepatenteerd, en ook de gekopieerde en gecatalogiseerde stukjes DNA van bestaande planten. Dit plant genetisch materiaal is dus tijdelijk eigendom van de patenthouder. Daarentegen kunnen de planten die op de internationale lijst voor voedsel en landbouw gewassen staan niet gepatenteerd worden. De aangesloten landen hebben hier vrije toegang toe.

Tot op de dag van vandaag onderhandelen landen over de precieze invulling en toepassing van de huidige regels die bepalen wie welke plant genetische bronnen bezit. Het zou dus goed kunnen dat er over 10 of 20 jaar weer heel andere regels gelden.