Gewenste voorkennis voor Racen met WC-papier

Tijdens het practicum kweken leerlingen zelf gistcellen op plantaardige suiker en meten de effecten van genetische veranderingen op de ethanolproductie van de cel. De gewenste kennis voor aanvang van het practicum heeft betrekking op:

Maatschappelijke/ biotechnologische aspecten

  • De leerling is bekend met de koolstofkringkloop en het feit dat menselijke activiteiten (verbrandingsprocessen) het broeikaseffect mede veroorzaken.
  • De leerling is bekend met het feit dat planten bij hun groei door middel van fotosynthese koolstofdioxide uit de lucht opnemen.
  • De leerling is bekend met het feit dat de mens met technieken ingrijpt in het erfelijke materiaal van (eencellige) organismen met het doel de door de mens gewenste eigenschappen te verbeteren.

Cellulair niveau

  • Leerlingen kennen de subcellulaire structuur van eukaryote cellen met daarbij in het bijzonder de functies van de volgende organellen: celkern (regulatie); mitochondriën (ATP-productie); endoplasmatisch reticulum (transport); ribosomen (eiwitsynthese).
  • De leerling weet dat iedere cel organische stoffen synthetiseert, die hij vervolgens gebruikt als bouwstoffen of energie. Daarbij produceert de cel afvalstoffen die worden uitgescheiden.

Moleculair niveau

  • De leerling kan uitleggen wat de functies van eiwitten zijn en omschrijven dat enzymen specifieke eiwitten zijn die zich in cellen bevinden bepaalde stofwisselingsprocessen mogelijk maken (katalyserende werking die reactie-specifiek is).
  • De leerling kan de eiwitsynthese en de rol van DNA, mRNA daarbij beschrijven, met inbegrip van de processen transcriptie en translatie.
  • De leerling weet dat eiwitten ook aan DNA kunnen binden en zo de transcriptie van genen kunnen beïnvloeden (stimuleren of afremmen).

Basiskennis scheikunde

  • De leerling kan rekenen met reactievergelijkingen.
  • De leerling volume van een stof omrekenen naar gewicht en andersom met behulp van het van het moleculairgewicht.
  • De leerling kan verdunningsvraagstukken en oplossen m.b.v. de begrippen, concentratie, dichtheid, massa.
  • .De leerling is bekend met de gaswet die aantal molen gas verbindt met het gasvolume, bij gegeven temperatuur en druk.