Gewenste voorkennis voor '
- De leerlingen dienen over een zekere voorkennis van de moleculaire genetica te beschikken. Zij dienen bekend te zijn met de begrippen DNA, gen, chromosomen en erfelijkheid.
- De leerling is bekend met de onderlinge samenhang tussen DNA, genen die gecodeerd liggen op dit DNA, en hun vertaling (via mRNA) naar eiwitten.
- De leerling weet dat een eiwit uit aminozuren is opgebouwd. De volgorde van de aminozuren in een eiwit is bepalend voor de secundaire structuurelementen (alfa-helices en beta-sheets) en voor de tertiaire (driedimensionale) structuur. De correcte 3d structuur is cruciaal is voor het goed functioneren van het eiwitmolecuul in ons lichaam.
- De leerling weet dat eiwitten vaak kleine moleculen kunnen binden (bijv. substraten in het geval van enzymen). Hierbij geldt de sleutel-slot hypothese.
- De leerling weet dat fouten (mutaties) in een eiwit er voor kunnen zorgen dat de sleutel niet meer in het "slot" past en dat er daardoor een ziekte veroorzaakt kan worden.
Bovengenoemde kennis zal ook tijdens de inleidende les (waarvoor het materiaal aangeleverd wordt) opgefrist en uitgebreid worden.