Het geheim van het succes tegen de dodelijke Malariaparasiet die in grote delen van de wereld rondwaart, zit mogelijk in een schimmel.
Wie op reis gaat naar de tropen, kan pillen slikken om malaria te voorkomen. Maar uitgerekend in landen waar de mug leeft die deze parasiet overbrengt, is geen geld voor pesticiden om de mug uit te roeien. En evenmin voor medicijnen om patiënten te behandelen die geïnfecteerd zijn met malaria. Malaria is een groot probleem dat wereldwijd honderden miljoenen zieken veroorzaakt van wie jaarlijks miljoenen sterven. De ernst van deze zaak grijpt Dorien van Blooijs en Elizabeth Vervoorn zichtbaar aan. Ze pleiten dan ook voor de inzet van een middel dat wel eens heel doeltreffend zou kunnen blijken tegen de verraderlijke ziekte.

Zelf zijn de scholieren nog nooit in een exotisch land geweest waar malariamuggen rondzoemen. Maar ze zouden er graag naartoe gaan. Niet alleen om de mooie indrukken van een land als Tanzania op te doen. Maar ook om een bijdrage te leveren aan de bestrijding van de ziekte die onder meer de levens van heel veel kleine kinderen bedreigt. Niet bang om zelf geprikt te worden door een malariamug? Dat hoeft niet, want voor de Westerse toerist zijn er voldoende middelen om zichzelf te beschermen. Behalve preventief medicijnen slikken, kan de toerist ook een geïmpregneerde klamboe meenemen om onder te slapen. Vooral na zonsondergang zijn de malariamuggen actief. Maar ook voor klamboes is meestal geen geld in ontwikkelingslanden.
Dorien en Elizabeth van het Christiaan Huygens College in Eindhoven kregen de kans om aan het Wageningen Universiteit en Researchcentrum (WUR) te experimenteren met een vloeistof met daarin een middel dat schadelijk is voor de malariamug. Deze oplossing wordt gewonnen uit de sporen van de schimmel genaamd Metarhizium anisopliae. Als je een lap stof in de oplossing drenkt en muggen daaraan blootstelt, versuffen de insecten en gaan ze vanzelf dood. “In het laboratorium in Wageningen hebben we zelf gezien dat het werkt,” vertellen de meiden enthousiast. “Als wij het voor elkaar kunnen krijgen om klamboes te impregneren met dit schimmelextract, kunnen wellicht heel veel mensen zich beschermen tegen de gevaarlijke muggenbeten.”
Ze willen een kleine fabriek oprichten in Tanzania, één van de Afrikaanse landen waar malaria heerst en de armoede groot is. Daar willen ze lokale bewoners in de buurt van het Victoriameer zelf de schimmel laten kweken die nodig is om de klamboes mee te impregneren. Malariamuggen worden aangetrokken door de geur die mensen verspreiden. Een geïmpregneerde klamboe houdt de muggen weg bij de mensen die eronder slapen en infecteert tegelijkertijd de muggen die op het gaasdoek zitten. In eerste instantie worden de muggen suf en minder hongerig zodat ze minder snel mensen zullen prikken. Uiteindelijk sterven de insecten zodat ze helemaal geen kwaad meer kunnen doen.

Een groot probleem is echter de mensen ter plekke overtuigen de klamboes te gebruiken als ze eenmaal beschikbaar zijn. “Een groot deel van de bevolking in Tanzania is analfabeet. Dat maakt het moeilijk om het belang van het gebruik van de klamboes duidelijk te maken.” Dorien en Elizabeth denken aan ludieke acties om de boodschap duidelijk te maken bij een groot publiek. Bijvoorbeeld door middel van dans en muziek volgens lokale gebruiken. “En samenwerken met Tanzanianen, ook in de fabriek. Daardoor verschaffen we een aantal mensen werk en kunnen we de betrokkenheid met de strijd tegen malaria bij de mensen daar vergroten.”
De betrokkenheid en het benutten van de mogelijke oplossing is een grote drempel bij het uitvoeren van een plan als dit. Daar weet Marjan Vermue alles van. Zij is universitair docent aan de WUR en adviseur in de biotechnologie. “De klamboes blijven relatief duur, ze gaan snel stuk en een mug vindt een gaatje in het gaas direct, hoe klein ook. Bovendien moet de schimmel die gebruikt gaat worden nog worden getest op de stabiele werking ervan. En op mogelijke risico’s die mensen lopen als ze ermee in aanraking komen.” Maar dit soort wetenschappelijk onderzoek reikt natuurlijk verder dan wat Elizabeth en Dorien kunnen bereiken. Dat geldt eigenlijk voor alle projecten waar de Imagine-deelnemers aan werken. Jurylid Gijs van der Starre: “De wetenschappelijke haalbaarheid van de plannen die de scholieren indienen rekenen wij eigenlijk niet helemaal mee. Wij kijken vooral naar de inventiviteit en creativiteit waarmee de scholieren hun businessplannen maken. En of hun ideeën ook praktisch uitvoerbaar zijn.” Het winnende project wordt immers met geld en inspanning van de stichting Imagine Life Sciences uitgewerkt en gerealiseerd.
Finalisten Dorien en Elizabeth wisten hun plan niet te verzilveren door ook nog eens de finale te winnen. Gaan ze zelf alsnog proberen hun plan door te zetten? “Bij het opstellen van ons businessplan merkten we al dat het moeilijk is fondsen te werven om alles te financieren. Het lijkt ons lastig om dat zonder steun van de organisatie van Imagine te realiseren.” Maar werken aan het project was al heel leerzaam. En om op basis van technische ontwikkelingen te kijken hoe je zelf kunt bijdragen aan het oplossen van problemen in ontwikkelingslanden, is alleen maar aantrekkelijker geworden. De Brabantse dames zijn stellig van plan na school de wereld in te trekken om hier meer mee te doen.
Tekst: Maartje de Gruyter