Celcyclus en celdeling

Doelgroepen

Met deze oefentoets kun je controleren of je voldoende kennis hebt van het onderwerp 'Celcyclus en celdeling'. Leer je voor een schoolexamen? Dan kun je ook oefenen met de examenvoorbereiding. Deze oefentoets sluit onder andere aan bij Thema 4 DNA van Biologie voor Jou.

Vraag 1.

Vraag 2. Meiose

 


In bovenstaande afbeelding zie je de verschillende fases van de meiose.


In welke afbeelding heeft de cel ‘2n’ chromosomen? Selecteer het goede antwoord.

Vraag 3. Mutaties

 


De laatste jaren is er veel aandacht voor mutaties in het DNA en voor kanker. Mutaties kunnen vele gevolgen hebben, waaronder het veroorzaken van kanker. Kanker kan door veel verschillende mutaties veroorzaakt worden en is helaas één van de meestvoorkomende doodsoorzaken in Nederland. Één van de mogelijke oorzaken van kanker is de invloed van carcinogene stoffen.


De volgende beweringen worden gedaan, zijn ze juist of onjuist?


Bewering 1: Een mutatie komt altijd tot uiting in het fenotype


Bewering 2: Carcinogene stoffen zijn een soort mutagene stoffen en kunnen leiden tot mutaties die kanker veroorzaken

Alleen 1 juist

Alleen 2

1 en 2 juist

1 en 2 onjuist

Vraag 4. Kanker en tumoren

 


Bij kanker ontstaan kwaadaardige tumoren. Over kanker en tumoren worden de volgende beweringen gedaan.


Welk van deze beweringen is/zijn juist?


Bewering 1: Een metastase is een uitzaaiing van een kwaadaardige tumor


Bewering 2: Bij kanker is de celdeling ontregeld


Bewering 3: Een tumor ontstaat van het een op het andere moment

Alleen 1 juist

Alleen 2 juist

Alleen 1 en 2 juist

Alleen 2 en 3 juist

1, 2 en 3 juist

Vraag 5. Ongeslachtelijke voortplantig

 


Meiose, mitose, seks, klonen, uitloper, veredeling, kruisbestuiving


Van de bovenstaande begrippen hebben er een aantal te maken met ongeslachtelijke voortplanting. Welke begrippen zijn dit?

Kruisbestuiving, mitose, veredeling, klonen

Meiose, kruisbestuiving, veredeling

Uitloper, veredeling, meiose, klonen

Mitose, uitloper, klonen

Seks, mitose, kruisbestuiving

Vraag 6. Recombinant-DNA-technieken



De wetenschap ontdekt steeds meer over DNA. DNA bevat de genetische code van een organisme. Van veel organismen is al de hele genetische code bekend. Deze nieuwe informatie heeft veel toepassingen in de biotechnologie. Één van de technieken die hier mee werkt is recombinant-DNA-techniek.


Wat is geen toepassing van recombinant-DNA-technieken?

Gewassen die genetisch gemodificeerd zijn om tegen chemische bestrijdingsmiddelen te kunnen.

Bacteriën die het menselijke hormoon insuline produceren.

Sporters die hormonen gebruiken voor extra spiergroei

Stier Herman die een extra gen voor lactoferrine heeft gekregen

Vraag 7. Ribosomen

 


Ribosomen zijn organellen die zich voornamelijk bevinden op de membranen van het endoplasmatisch reticulum. De rest van de ribosomen bevinden zich vrij in het cytoplasma.


Ribosomen hebben een hele belangrijke functie in de cel. Wat is het product van ribosomen? Vul één woord in, geef je antwoord in enkelvoud en gebruik geen hoofdletters.

Vraag 8. Celdeling

 


Hierboven zie je verschillende fases van de mitose.


Wat is de juiste volgorde van deze fases?

3-6-1-4-7-5-2

3-4-1-7-6-5-2

3-6-4-1-7-5-2

3-1-6-7-4-5-2

Vraag 9. Gevolgen mutatie

 


Een mutatie in het DNA hoeft niet altijd gevolgen te hebben. Maar het kan wel grote gevolgen hebben voor een individu. Een mutatie kan zelfs gevolgen hebben voor een hele populatie.


In welke cel heeft een mutatie gevolgen op langere termijn voor een populatie?

Huidcel

Geslachtscel

Hersencel

Hartspiercel

Vraag 10. Chromosoom

 


Voor de mitose wordt het DNA gerepliceerd.


Uit welke twee delen bestaat een chromosoom na de DNA-replicatie?

Twee centromeren

Twee nucleotiden

Twee chromatiden

Twee chromosomen

Vraag 11. GloFish®

 


Een aantal jaar geleden heeft men een eiwit ontdekt dat licht uitzendt. Het gen voor dit eiwit is bekend en wordt veel gebruikt in de biotechnologie. Door dit gen in te bouwen in het DNA van zebravissen zijn er vissen gemaakt die gekleurd licht uitzenden: de GloFish® Heel leuk voor in je aquarium, maar helaas mag je deze vissen nog niet thuis hebben in Nederland.


Hoe noem je het als mensen in de biotechnologie bewust de genen van een organisme veranderen, zoals het geval is bij de bovenstaande GloFish®?

Vraag 12. Vorming eicel

 


Wanneer tijdens de meiose een eicel gevormd wordt ontstaan ook poollichaampjes.


Hoeveel cytoplasma en chromosomen hebben de poollichaampjes van een mens?

Weinig cytoplasma, 23 chromosomen

Veel cytoplasma, 23 chromosomen

Weinig cytoplasma, 46 chromosomen

Veel cytoplasma, 46 chromosomen

Vraag 13. Karyogram

 


Hierboven zie je een karyogram van een mens. Dit is een afbeelding van alle chromosomen uit één cel, netjes per paar geordend op nummer. Aan de hand van een karyogram kan je enkele genetische eigenschappen bepalen.


Is het bovenstaande karyogram van een vrouw of een man? Heeft degene waarvan een karyogram is gemaakt het syndroom van Down?

Vrouw, syndroom van Down

Man, syndroom van Down

Vrouw, geen syndroom van Down

Man, geen syndroom van Down

Vraag 14. Fase celcyclus

 


De cel deelt zich op dit moment niet en het DNA is aanwezig als lange strengen in de celkern. Het DNA wordt wel gebruikt doordat er informatie wordt afgelezen waarna er eiwitten kunnen worden gemaakt. Deze eiwitten worden onder andere gebruikt voor de groei van de cel. Tijdens deze fase kan er ook DNA-replicatie plaatsvinden.


In welke fase van de celcyclus bevindt de cel die hierboven wordt beschreven zich? Gebruik in je antwoord geen hoofdletters.

Vraag 15. Meiose 1 en 2

 


De volgende beweringen worden gedaan, zijn deze juist of onjuist?


Bewering 1: Na meiose I zijn er twee haploïde cellen


Bewering 2: Tijdens meiose II gaan de chromosomenparen uit elkaar 

Alleen 1 is juist

Alleen 2 is juist

Beide zijn juist

Beide zijn onjuist

Vraag 16. DNA en RNA

 


De onderstaande beweringen worden gedaan, welk van deze beweringen is/zijn juist?


Bewering 1: Bij DNA-replicatie wordt de hele streng DNA gekopieerd, bij de vorming van mRNA maar een deel van de streng


Bewering 2: mRNA moleculen bevatten de informatie die nodig is om eiwitten te maken


Bewering 3: mRNA en DNA blijven beide in de celkern, eiwitten kunnen wel de celkern verlaten

Tags