
Het Nationaal Influenza Centrum in Rotterdam heeft ontdekt dat een bestaand medicijn mogelijk ook helpt tegen het SARS-virus. Dit gevaarlijke virus dook voor het eerst op in China in 2002. Het veroorzaakt een ernstige vorm van longontsteking en kan dodelijk zijn. Een geneesmiddel voor hepatitus-C-virus lijkt aan te slaan bij apen geïnfecteerd met SARS. Dit kan een internationale doorbraak zijn. De virus-specialist Ab Osterhaus van het Nationaal Influenza Centrum ontwikkelde met het Nederlandse biotechnologiebedrijf Crucell een mogelijke antistof tegen SARS, een ander wapen tegen de dodelijke longziekte.
In de zoektocht naar een antwoord op SARS, het Severe Acute Respiratory Syndrome, hebben Rotterdamse onderzoekers een hepatitus-C-remmer getest. Niet toevallig werd gekozen voor dit medicijn. Het is al beschikbaar en ook al geregistreerd voor het gebruik bij mensen. Zo vermeden de onderzoekers dat eerst een lange testperiode moest worden doorlopen. Want haast is geboden bij SARS. Al valt het aantal ziektegevallen de laatste jaren mee, de ziekte lijkt zich wel te verspreiden.
Osterhaus en zijn team voerde het onderzoek uit in het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Gedurende enkele maanden zijn makaken (apen) gebruikt om het middel te testen. Eerst werden bij de apen cellen afgenomen, daarna is het SARS-virus bij de apen ingespoten en het medicijn gebruikt. De SARS-cellen werden geremd door de hepatitis-C-remmer. Zo'n negentig procent in de longen. Het middel is nog niet getest op mensen.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO raakten tot nu ruim 8400 personen besmet met het SARS-virus. Er vielen tot nu toe ruim negenhonderd doden als gevolg van de besmetting, waarvan de meeste China, het land waar de ziekte in november 2002 voor het eerst opdook. Het virus is daarna begonnen aan de rondreis over de wereld. Naar Canada, Vietnam, Singapore, maar ook waren er verdenkingen over België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Ierland en Spanje. In Nederland hebben zich - voor zover bekend - nog geen bekende ziektegevallen voorgedaan.
SARS is een virus dat oorspronkelijk alleen bij dieren voorkwam, maar gevaarlijk werd door een samenwerking aan te gaan met een menselijk virus. De symptomen van een besmetting zijn plotselinge hoge koorts, droge hoest, kortademigheid, rillingen en spierpijn. Na vier dagen treedt longontsteking op. De incubatietijd bedraagt drie tot tien dagen. Slachtoffers van SARS zijn vooral kwetsbare mensen, zoals zieken en ouderen. Kinderen lijken minder vatbaar.
Viroloog Osterhaus is blij met de ontdekking van de onverwachte werking van het oude middel, maar hij maakt ook een voorbehoud. Het middel tegen hepatitus-C heeft behoorlijke bijwerkingen zoals koorts en depressiviteit. Hij ziet dan ook vooral toepassingen in acute levensbedreigende situaties. Bijvoorbeeld voor mensen die direct zijn blootgesteld aan SARS-patiënten, zoals ziekenhuispersoneel.
Osterhaus deed in samenwerking met het Nederlandse biotechnologie bedrijf Crucell onderzoek naar de productie van een antistof tegen SARS. Crucell is een biotechnologiebedrijf gericht op het ontwikkelen van vaccins en antistoffen voor de bestrijding van infectieziekten. Osterhaus voerde voor Crucell onder meer de analyse uit van een experimenteel onderzoek met fretten. De proefdieren kregen een monoklonale antistof toegediend, waarna bleek dat SARS niet tot ontwikkeling kwam. Bij fretten die al geïnfecteerd waren met SARS, zorgde de toediening van de antistoffen voor een betere prognose, en bleven complicaties achterwege.