Biodiesel maken uit algen. De Baarnse scholieren Sonja Boas en Chang Liu wonnen er de scholierenwedstrijd Imagine mee. Inmiddels zijn de meeste voorbereidingen getroffen om het plan in Mozambique uit te voeren.

Neem een vijver, en voeg daar honderd kilo algen aan toe. Laat de algen groeien tot ze vol zitten met olie, en pers dan de olie uit de vetgemeste algen. Maak intussen een grote hoeveelheid alcohol door fijngemalen suikerriet te vergisten. Meng vervolgens één deel olie met drie delen alcohol. Laat het geheel een halve dag staan, en kook het tenslotte een half uurtje op een zacht vuur. Dat is het eenvoudige recept voor de schone, CO2-neutrale biodiesel die Sonja en Chang in de Zambezi-delta in Mozambique willen gaan maken.
Het idee is oorspronkelijk afkomstig van twee onderzoekers van de TU Delft, Wouter van Winden en Bram van Beek. Sonja en Chang werkten voor de scholierenwedstrijd Imagine het originele voorstel uit tot een bedrijfsplan. Het Baarnse duo sleepte de hoofdprijs in de wacht: uitvoering van het project en een reis naar Mozambique. Samen met de projectindieners heeft Stichting Imagine, organisator van de scholierenwedstrijd, vervolgens voorbereidingen getroffen voor de bouw van de algenvijver. Inmiddels is de financiering grotendeels rond, ligt er een definitief plan van aanpak en zijn de benodigde contacten in Mozambique gelegd.
Het project wordt in Mozambique gecoördineerd door de milieuorganisatie Grupo de Trabalho Ambiental (GTA). Jan de Moor, projectleider bij GTA, is enthousiast over de mogelijkheden van het project: "Tijdens het opstarten van zo'n project ben je voornamelijk op kleine schaal bezig. Tienduizend euro is dan een heel bedrag. Maar het is belangrijk om te bedenken wat er straks gebeurt, als de vijver er eenmaal ligt. Dan komen de grote jongens aan de deur kloppen". Als de bouw van de vijver compleet is en de vijver voldoende algen produceert, wordt het project overgedragen aan de Eduardo Montlane Universiteit in Maputo.

Het idee van Van Winden en Van Beek om biodiesel te maken kwam niet uit de lucht vallen. Wereldwijd wordt er al veel langer gezocht naar passende alternatieven voor 'fossiele' brandstoffen die uit aardolie worden vervaardigd. De oliereserves in de aarde zijn niet oneindig, en de gangbare brandstoffen dragen sterk bij aan het broeikaseffect: de CO2 die lange tijd in het diepst van de aarde besloten lag, komt bij verbranding weer vrij. Biodiesel is een veelbelovend, hernieuwbaar én duurzaam alternatief, dat vrij eenvoudig gemaakt kan worden uit de omzetting van plantaardige olie en alcohol. Voor de olie wordt meestal koolzaad gebruikt.
Het gebruik van biodiesel heeft de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen. In Amerika en Europa rijdt al een groot aantal auto's op biodiesel of op mengsels van biodiesel met gewone diesel. Bijna alle Duitse benzinestations verkopen biodiesel en in Engeland moet in 2009 zo'n 5 procent van alle gebruikte brandstof in het verkeer biodiesel zijn.
Maar de onderzoekers van de TU Delft willen nog een stap verder gaan. Want ook op de biodiesel die wordt gemaakt van koolzaadolie en methanol valt wel wat aan te merken. Methanol is uit fossiele bronnen afkomstig, en voor de olie moeten grote hoeveelheden koolzaad verbouwd worden. Dat vergt vruchtbare grond, zoet water en bestrijdingsmiddelen. De huidige grootschalige productie van biodiesel is dus nog niet echt duurzaam. Biodiesel die gemaakt wordt uit de olie van algen en bio-ethanol is dat wél. De algen leven in zout water en nemen tijdens de olieproductie CO2 op uit het water. Daarmee neemt het productieproces een voorschot op de CO2 die vrijkomt bij de verbranding in de dieselmotor, met een netto neutraal resultaat. Daarnaast wordt geen methanol, maar ethanol gebruikt voor de omzetting van de olie. Die ethanol is eenvoudig te verkrijgen uit de fermentatie van suikerriet, eveneens een hernieuwbare grondstof.
Een punt blijft dat er genoeg algen gemaakt moeten worden voor de benodigde olie. Die algen moeten gaan groeien in een 'raceway-pond', een open, ondiepe vijver waarin een waterrad algen, voedingsstoffen en water rondpompt. Door de circulatie bereiken ze in de ondiepe vijver regelmatig de oppervlakte en worden ze blootgesteld aan het zonlicht dat nodig is om te groeien. De algenmassa die uit de vijver wordt gewonnen moet eerst drogen, waarna een centrifuge de olie van de algen scheidt.
Sonja en Chang zijn in augustus 2004 samen met Van Winden en Van Beek naar het stadje Quelimane in de Zambezi-delta gegaan om een bezoek te brengen aan de toekomstige locatie van de algenvijver en om de plannen verder te bespreken met de mensen van GTA en de Montlane Universiteit. Een verslag van hun bezoek is te lezen op de website van Imagine. De algenvijver zal naar verwachting in de zomer van 2006 gereed zijn.