Bacteriën zijn nuttige beestjes. Niet alleen doen ze goed werk in onze darmen en op de composthoop. Ze zijn straks ook inzetbaar voor de opsporing van landmijnen.
Bacteriën kunnen heel nuttig zijn. In de darmwand beschermen ze ons tegen ziekmakende indringers. En het groenafval in de GFT-bak breken ze netjes af tot milieuvriendelijk compost. Wanneer je bacteriën genetisch iets aanpast, kun je ze voor nog veel meer doeleinden inzetten. Het principe is heel simpel. Je laat deze micro-organismen het werk doen waar ze goed in zijn. Vervolgens pas je het genetische programma zo aan dat ze gaan werken in de richting die jij wilt en onder de omstandigheden waarin jij ze nodig hebt. Soms is dat lastig, maar wetenschappers worden steeds beter in het vinden van oplossingen.
Verrassend is dat bacteriën ook nuttig werk leveren bij de opsporing en opruiming van landmijnen en andere explosieve stoffen. Dat blijkt uit onderzoek van professor Victor de Lorenzo van het Nationaal Centrum voor Biotechnologie in Madrid, Spanje. Zijn onderzoek verkeert nog in de experimentele fase, maar het is goed denkbaar dat binnen een paar jaar bacteriën als microsoldaten ingezet gaan worden.

De gemeenste landmijnen zijn antipersoneel mijnen. Die worden vlak onder de grond begraven en ontploffen als er een persoon overheen loopt. Deze explosieven maken tijdens en na oorlogen de meeste burgerslachtoffers. Het probleem is ook nog eens dat ze met een metaaldetector niet op te sporen zijn. Ze zijn namelijk niet altijd verpakt in een metalen omhulsel.
De bodembacterie Pseudomonas putida biedt uitkomst. Deze slimme bacterie kan landmijnen wél herkennen. Hoe doet hij dat? Volgens Victor de Lorenzo is de truc om de bacterie genetisch te modificeren zodat hij specifiek het stofje 2,4-dinitrotolueen herkent dat voorkomt in explosieven. Wanneer de gemodificeerde bacterie met het stofje in aanraking komt, zendt de bacterie een fluorescerend licht uit. Daar zijn ze in het laboratorium voor getraind. Met een speciale lamp zijn de lichtgevende bacteriën en dus de plekken waar landmijnen liggen gemakkelijk te herkennen.
Pseudomonas putida is een handige bondgenoot. Deze onschadelijke bacteriën komen van nature voor in bodems waar ook militairen hun landmijnen in verstoppen. Ze gedijen dus prima in een mijnenveld. Ze laten zich ook gemakkelijk samenballen tot kleine zaadjes zodat ze vanuit een vliegtuig over een verdacht gebied uitgestrooid kunnen worden waarvan wordt vermoed dat er mijnen liggen. Bovendien worden deze bacteriën nooit moe en vragen niet om een salarisverhoging.
Het landmijnenprobleem is enorm en de vraag naar een veilige opsporingsmethode is dan ook groot. Alleen al in Bosnië-Herzegovina liggen nog miljoenen landmijnen die dagelijks voor nieuwe slachtoffers zorgen. Als we 1% van het land mijnenvrij kunnen maken, levert dat de regio 150 miljoen euro op door herstel van de lokale economie, landbouw en de toeristische sector.
Uit onderzoek is bekend dat sommige bodembacteriën de explosieve stof trinitrotolueen (TNT) volledig kunnen afbreken tot onschadelijke stoffen als water, kooldioxide en ammonia. Het is een enorme uitdaging om bacteriën in de toekomst zo te modificeren dat ze eerst landmijnen opsporen en ze vervolgens afbreken. Volgens hetzelfde principe als de mijnopsporing kunnen bacteriën in het laboratorium worden getraind om in feite ieder gewenst stofje te herkennen. Wetenschappers denken in de toekomst gemodificeerde bacteriën te kunnen maken die een scala aan totnogtoe onbekende moleculen herkennen. Moleculen die misschien de basis vormen voor nieuwe geurstoffen voor parfums of shampoos.