Kritische biomassa

Industriële biotechnologie moet de wereld gaan veranderen. Als micro-organismen straks op een milieuvriendelijke manier biomassa kunnen omzetten in brandstoffen, plastics en chemicaliën hebben we geen aardolie meer nodig. Dat is misschien jammer voor de Organization of the Petroleum Exporting Countries (OPEC), maar goed voor het milieu. Toch kan het nog wel even duren voor het zover is.

Onzekere toekomst van witte biotech

Als het aan president Bush lag, mochten de Arabieren hun aardolie houden. Dan reden alle Cadillacs in het land op biodiesel van Amerikaans koolzaad. Ook in Europa hebben ze wel oren naar de beloftes van witte biotechnologie. Een wereldeconomie die draait op biomassa betekent economische onafhankelijkheid, constante groeicijfers én een beter milieu. Wat wil je nog meer?

Patatboten

Maar voorlopig moet er nog heel wat gebeuren voordat de biobased economy een feit is. Ten eerste schiet de techniek in veel gevallen nog te kort. Bioplastic heeft niet de kwaliteit van zijn tegenhanger op basis van aardolie en het productieproces kost te veel energie om economisch haalbaar te zijn. Ook biobrandstoffen zijn nog niet direct te gebruiken, omdat de verbrandingsmotoren eerst moeten worden omgebouwd voor het gebruik van biodiesel of bio-ethanol. Trouwens, met de biodieselboten die nu in de Friese meren varen is ook niet iedereen gelukkig. Die noemen ze patatboten, vanwege de frituurlucht die uit de motor komt.

Landbouwgrond

En hoe het nu eigenlijk precies zit met de milieuvriendelijkheid van witte biotech is ook nog niet helemaal duidelijk. Om een goede vergelijking te maken, moeten alle stappen in de verschillende productieketens in de berekening worden meegenomen. Zo moet je bij biodiesel bijvoorbeeld rekening houden met het water en de landbouwgrond, kunstmest en insecticiden die nodig zijn voor het verbouwen van de biomassa. En dan blijkt witte biotechnologie ook niet helemaal milieu-neutraal te zijn. Een ander probleem is dat er straks verschrikkelijk veel biomassa nodig is voor al die biodiesel en bio-ethanol. Een klein en dichtbevolkt land als Nederland heeft nooit genoeg landbouwgrond om die biomassa te produceren, en blijft dus afhankelijk van de import van brandstoffen.

Maatschappelijke bezwaren

De grondstoffen zijn één ding, maar de producten moeten ook nog gemaakt worden. Dat moet gaan gebeuren in bioraffinaderijen, grote fabriekcomplexen waar de biomassa met behulp van micro-organismen wordt verwerkt tot de eindproducten. Dat kan behoorlijk gaan stinken, en wie krijgt er straks zo'n reuzenfrituurpan in de achtertuin? Belangrijke vragen, die de komende jaren meer en meer aan de orde zullen komen. En het is nog niet gezegd dat de bevolking als zich één man achter de nieuwe technologie zal scharen. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw ontstond er veel commotie rond de invoer van genetisch gemodificeerde gewassen. Sommige redenen voor die ophef zijn ook nu van toepassing.

Risico's en verantwoordelijkheden

De voordelen van de nieuwe biotech-producten voor de consument zijn niet altijd even duidelijk. En net als toen lijken de politiek en het bedrijfsleven de belangrijke beslissingen te nemen, terwijl de belangen van de consument niet altijd voorop staan. Belangrijke publieke vragen zijn nog niet beantwoord: zijn er risicos verbonden aan witte biotechnologie? Wie houdt een oogje in het zeil? Wie is verantwoordelijk als er toch iets mis gaat? Hoe voorkomen we dat straks de armere landen buiten de boot vallen? Met een afwachtende houding tegenover de zorgen van het publiek zou de politiek zichzelf wel eens in de vingers kunnen snijden.

Creatieve oplossingen

Vragen zat. Toch lijkt het erop dat de meeste wel zijn op te lossen. Het is eigenlijk net als met het eindexamen: tegenover veel lastige vragen staat een grote beloning. En een zes is voldoende. Maar als dit plan wil slagen, dan moet iedereen wel goed zijn huiswerk doen. Wetenschappers moeten met nieuw oplossingen komen voor technische problemen die roet in het eten gooien, de industrie moet innovatieve producten maken, en de overheid moet tegelijkertijd optreden als mentor en als waakhond.

De toekomst

Als alles goed gaat, zou de biobased economy wel eens heel dichtbij kunnen komen. Dan drinken we over tien jaar koffie uit bioplastic bekertjes, dragen we kleren van bio-nylon en rijden we milieuvriendelijk op biodiesel. Laten we hopen dat de auto’s van de toekomst een goed uitlaatfilter hebben. Anders ruikt de hele wereld straks naar patat.