Genen en de zieke geest

Is er een genetische grondslag voor psychiatrische ziekten? Dat was tien jaar terug een vraag en nu nog steeds.

Alles wat je als mens voelt, doet en denkt is in principe terug te voeren tot de reacties van cellen in je lichaam. En de werking van jouw cellen is weer het gevolg van het pakketje genen dat je van je ouders hebt meegekregen. Hoe de genen in je lichaam tot uitdrukking komen, hangt af van heel veel factoren. Te veel om te kunnen overzien, ook voor wetenschappers. Maar dat is een praktisch probleem. De droom genen als oorzaak van al ons gedrag blijft overeind.

 

Als die droom klopt, dan zijn ook ziekten van de geest te begrijpen door de genen van psychiatrische patiënten te bestuderen. En als wetenschappers hebben begrepen hoe een bepaalde set genen leidt tot een bepaalde geestesziekte, dan hebben zij een belangrijke stap gedaan op weg naar genezing. Want dan snappen ze waarschijnlijk ook waar ze moeten ingrijpen in de keten van oorzaak en gevolg die leidt tot gekte - en met welk medicijn ze dat moeten doen. Dat zou heel mooi zijn, want veel mensen lijden aan een psychische ziekte en psychiaters kunnen die klachten nu zelden genezen.

 

 

Psychiatrische genomics

Dit is in het kort het ideaal van wat psychiatrische genomics wordt genoemd. Psychiatrische genomics bestaat ongeveer tien jaar en doet onderzoek naar de genetische grondslag van geestesziekten. Het frappante is, dat het onderzoek tot nu toe niet heeft geleid tot de ontdekking van genen die iemand gek maken. Bovenstaande droom is dus niet uitgekomen. Integendeel: het lijkt er eerder op dat psychiatrische genomics aan het aantonen is dat invloeden uit de omgeving cruciaal zijn voor het ontstaan van geestesziekten. Ironisch genoeg veranderen de onderzoeksresultaten uit de psychiatrische genomics dus de ideeën die de motor waren voor psychiatrische genomics.

 

Kwetsbaar

Niet dat genen er niets toe doen. Sommige mensen blijken kwetsbaar; zij krijgen relatief snel psychiatrische klachten. Dat heeft onder meer te maken met hun genetisch profiel. Maar genen zijn slechts één factor temidden van een heel veld van andere factoren. Ook de buurt waarin je bent geboren, de gewoonten in het gezin, jouw manier om met tegenslagen om te gaan en de eisen die de maatschappij aan je stelt kunnen van invloed zijn. Er is zelden of nooit één oorzaak voor een geestesziekte, en al die verschillende oorzaken blijken ook nog eens op een heel ingewikkelde manier op elkaar in te werken. Zo kunnen ze elkaar versterken of dempen.

 

MAO-A-gen

Een duidelijk en invloedrijk voorbeeld geeft het onderzoek van Caspi en Moffitt uit 2002. Eerdere onderzoekers hadden gedacht dat het zogenoemde MAO-A-gen (een bepaalde variant van het mono-amino oxidase-gen), zou samenhangen met antisociaal gedrag. Dat bleek niet zo te zijn. Er was ook al eerder onderzoek gedaan naar de relatie tussen mishandeling in de vroege jeugd en antisociaal gedrag van jongens op latere leeftijd. Ook dit verband bleek nauwelijks aantoonbaar. Caspi en Moffitt kwamen op het idee om de twee variabelen (gen en mishandeling) te combineren. Zij toonden aan dat vijfentachtig procent van de jongens met de A-variant van het MAO-gen die in hun vroege jeugd waren mishandeld als ouderen antisociaal gedrag vertonen. Dus: de combinatie van mishandeling én dragerschap van een MAO-A-gen voorspelt opeens heel goed hoe iemand zich zal gedragen.

 

Gen X omgeving

Het is dus soms niet handig om de effecten van de omgeving (mishandeling) en de effecten van aanleg (drager zijn van een bepaald gen) apart te onderzoeken en bij elkaar op te tellen. Niet alleen omdat de afzonderlijke effecten zo klein zijn dat er niet veel valt op te tellen. Maar ook, en vooral, omdat de factoren samen een vermenigvuldiging van de effecten laten zien.

Het vermoeden is dat juist veel psychiatrische aandoeningen het gevolg zijn van factoren die op deze manier op elkaar inwerken. Dit heeft grote gevolgen voor psychiatrische genomics. Het zou betekenen dat het in principe nauwelijks zin heeft om genen geïsoleerd te onderzoeken. Genen doen er wel toe, maar om de werking van genen te achterhalen, moet de onderzoeker de omgeving van de patiënt in zijn onderzoek betrekken. Genen en omgeving maken elkaar als het ware pas zichtbaar. Je kunt je voorstellen dat dit de manier van onderzoek doen in de psychiatrie flink door elkaar schudt. Onderzoekers zullen hun methodes en denkwijzen moeten aanpassen.

 

 

Gek?

Uiteindelijk zou dit er ook wel eens toe kunnen leiden dat het beeld verandert dat er in de maatschappij van psychiatrische patiënten leeft. Een mens is niet absoluut gek (of normaal). De overgang tussen gekte en normaliteit is vloeiend  Je kunt pech of geluk hebben met je genetische profiel, de manier waarop je bent opgevoed, de dingen die je in je leven hebt meegemaakt en de buurt waaruit je komt. Die dingen samen kunnen de weegschaal naar gekte doen doorslaan. Als dit bij het grote publiek doordringt, kan dit leiden tot meer begrip en minder veroordeling van mensen die gek worden. Mensen verschillen niet wezenlijk van elkaar.