Elk spekkie gaat door je bekkie. Maar wie wordt vet, ziek of gezond? De genen spelen ook hier weer een rol.
De technieken van de moleculaire biologie en genetica worden tegenwoordig ingezet in het voedingsonderzoek. Onderzoek naar de relatie tussen genen, voeding en gezondheid heet ook wel 'nutrigenomics'.
Voedingsstoffen kunnen van persoon tot persoon een verschillend effect hebben. Sommige mensen hebben een natuurlijke aanleg voor aandoeningen die met voeding samenhangen, zoals overgewicht, hoge bloeddruk of diabetes. Bekend is dat bepaalde voedingsstoffen dat ziektebeeld kunnen verergeren en andere stoffen dat juist voorkomen. Andere mensen kunnen juist weer eten wat ze willen zonder dat ze ooit ergens last van krijgen.

Het verschil zit in de genen; voedingsstoffen - nutriënten - beïnvloeden de werking van de genen. Het 'genenpaspoort', de precieze samenstelling van de genen van een individu, verschilt van persoon tot persoon, en daarmee het effect dat die voedingsstoffen op een mens kunnen hebben.
Aan de Universiteit van Wageningen wordt onderzocht op wat voor manier voedingsstoffen de werking van genen precies beïnvloeden. Als het achterliggende mechanisme van een ziekte is opgehelderd kan aan een effectieve behandeling van aandoeningen gewerkt worden. 'Het is veel te vroeg om nu al te een geneesmiddel voor vetzucht aan te kondigen', zegt Sander Kersten, onderzoeker in Wageningen: 'op de korte termijn praat je eerder over een <stockticker w:st="on">DNA</stockticker> test waarmee je kunt vaststellen of je tot een risicogroep hoort.'
Met zo'n test zou voor ieder individu een genenpaspoort samen te stellen zijn. Op basis daarvan kan een verantwoord persoonlijk dieet worden opgesteld. Kersten: 'Maar zover zijn we nog niet. We zitten eigenlijk nog aan het begin van het onderzoekstraject: het inventariseren van het probleem'.
Dat overgewicht in onze samenleving letterlijk een groeiend probleem is, is bekend. De genetische opmaak van het menselijk lichaam is nog altijd ingesteld op een leven in de oertijd, toen voedsel vaak schaars was en het lichaam regelmatig honger leed. Wanneer er tijdelijk veel voedsel beschikbaar was, moest dat zo snel mogelijk als vet worden opgeslagen. Vetzucht is dus niet zozeer een ziekte, maar meer het toepassen van een overlevingsstrategie die nu overbodig en zelfs schadelijk is geworden. Er is eten genoeg, maar toch blijven we voorraden vet voor magere tijden aanleggen.
'We proberen te begrijpen hoe die vetopslag precies in zijn werk gaat', legt Kersten uit: 'hierbij maken we gebruik van genomics technieken.' Transcriptomics, waarbij zichtbaar wordt gemaakt welke genen in een cel actief worden onder invloed van bijvoorbeeld bepaalde hormonen, levert inzicht in het achterliggende mechanisme. Nu dankzij het Human Genome Project het totale DNA van de mens in kaart is gebracht kunnen genen die een rol spelen bij vetopslag sneller gevonden worden. Bepaalde voedingsstoffen kunnen dergelijke genen als een soort biologische schakelaar activeren of juist uitschakelen. Dit geldt niet alleen voor genen die betrokken zijn bij vetopslag, maar ook voor genen die betrokken zijn bij ziekten als diabetes, hart- en vaatzieken of bepaalde vormen van kanker.