Vanuit Afrika de wijde wereld in

Vroeger, minstens 60.000 jaar geleden, was de mens alleen te vinden op de savanne in Centraal Afrika. In die tijd leefden nog meer mensachtigen zoals de Homo neanderthalensis (de neanderthalers) en mogelijk ook nog de Homo erectus. We weten dat uiteindelijk de Homo sapiens (de mens) als enige nu nog bestaat en dat de mens uiteindelijk de hele wereld bevolkte.

De mens is op een gegeven moment uit Afrika vertrokken en heeft zich verplaatst naar andere delen van de wereld. Tijdens deze grote migratie liet de mens vele sporen achter. Zo zijn er overblijfselen van menselijke skeletten gevonden. Ook stenen werktuigen en andere spulletjes zijn bewaard gebleven. Aan de hand van deze sporen is al veel bekend over de route die de mens heeft gevolgd en ook gedeeltelijk hoe lang deze migratie heeft geduurd. Deze informatie kan sinds kort aangevuld worden met informatie uit een ander soort spoor die deze migratie heeft achtergelaten: een spoor in ons DNA!

Markers en route van de migratie

Hoe werkt dit? Tijdens de migratie van de mens ontstonden zo nu en dan herkenbare herhalingen in de DNA sequentie. Dit zijn vaak herhalingen van drietallen DNA-basen die nergens voor coderen (bijvoorbeeld ACTACTACTACT). Wanneer deze repetities eenmaal in de sequentie zitten gaan ze er maar heel moeilijk uit. Alle nakomelingen krijgen dus diezelfde herkenbare sequentie. Zo’n herkenbaar stuk DNA wordt een marker genoemd. Deze markers kunnen gebruikt worden om de route van de migratie te achterhalen.

De migratie van de mens heeft dus niet alleen sporen als fossielen achtergelaten maar ook in het DNA. Wanneer een marker ontstond op een bepaalde plek in de migratie kreeg iedere nakomeling vervolgens diezelfde marker mee. Mensen aan het eind van de migratie hebben dus de verzameling van alle markers van hun voorouders, terwijl mensen aan het begin van de migratie geen van die markers hebben.

De aanwezigheid (en afwezigheid) van markers in de hedendaagse mens is dus een aanwijzing voor welke plek in de migratie hun voorouders zijn blijven hangen. Mensen uit India bijvoorbeeld hebben wel nog de verzameling van markers die ontstaan zijn tijdens de migratie van Afrika naar India. Alle markers die naderhand ontstaan zijn, van India naar Azië bijvoorbeeld, hebben ze niet. Zo is aan de combinatie van markers af te lezen welke route iemands voorouders heeft afgelegd. Vanaf Afrika waar de mens is ontstaat naar de plek waar ze nu wonen.

Kleine veranderingen en de tijdslijn

Naast dat we met DNA de route van de migratie kunnen bepalen, is het ook mogelijk om te bepalen hoeveel generaties deze migratie heeft geduurd. Tijdens de migratie ontstaan namelijk niet alleen markers in het DNA. De héle DNA sequentie verandert gestaag met elke nieuwe generatie. Hoeveel het DNA van twee mensen verschilt, is een maat voor hoe lang geleden zij een gezamenlijke voorouder hebben. Wanneer de migratie van de ene naar de andere plek heel kort heeft geduurd, in de tijd van enkele generaties, zal het DNA niet veel zijn verandert. Wanneer een migratie vele generaties heeft geduurd, zal het DNA veel meer zijn verandert. Op die manier kan een tijdlijn worden gemaakt die past bij de migratie van de mens.

Het complete plaatje

De migratieroute is nu compleet. Door te kijken naar de genetische markers kan de route worden bepaald die de mens heeft afgelegd. Door te kijken naar kleinere verschillen in het DNA kan de tijdslijn van deze route worden gereconstrueerd. Zo kan aan de hand van de markers die iemand in het DNA heeft worden nagegaan welke route zijn/haar voorouders hebben afgelegd in de migratie uit Afrika, en ook hoe lang iedere afstand heeft geduurd.