Is prenataal testen op andere kenmerken dan erfelijke ziekten wenselijk?
Kinderen kunnen al voor de geboorte getest worden op ziekten. Hoe zou je het vinden als ooit getest kon worden op andere genetische eigenschappen, zoals haarkleur?

Stel je voor: je wilt kinderen, maar niet alleen dat. Je wilt ook dat je toekomstige kind gezond is. Sterker nog, je wilt dat het goede genen heeft, want dit zou hem of haar een goede start in het leven kunnen geven. Via internet ben je er achter gekomen dat er mogelijkheden bestaan om embryo's of foetussen op gezonde en goede genen te testen, waarna je de beste kunt selecteren. Je stuurt een email, en dan gaat het balletje rollen.
Het uitkiezen van het kind met de meest gunstige eigenschappen is nog toekomstmuziek, wel is het al mogelijk om het ongeboren kind te testen op de aanwezigheid van genen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van erfelijke aandoeningen. De wetenschap is nog niet zo ver dat op genen voor haarkleur, seksuele geaardheid of intelligentie getest kan worden. Het is zelfs de vraag of dat ooit gaat lukken. Dat lijkt misschien jammer, want wie wil nou niet dat zijn of haar kind de slimste of mooiste van de klas is? Maar zo gemakkelijk ligt dat niet.
In Nederland kunnen vrouwen, als zij dit willen, de ongeboren vrucht laten testen op ernstige erfelijke en aangeboren aandoeningen. Maar is de selectie van embryos eigenlijk wel zon goed idee, als er geen (ernstige) ziekte in beeld is?
In het verleden werd ook geprobeerd te selecteren op basis van veronderstelde genetische kwaliteiten. Zo was er aan het begin van de Twintigste Eeuw een beweging in de Verenigde Staten, die verbetering en zuivering van de rassen nastreefde door mensen voor te lichten over de juiste genetische combinaties. Ook werden speciale wedstrijden georganiseerd waar families met de beste genetische kenmerken werden gekozen. Dat heet positieve eugenetica.

In andere gevallen werden inferieure mensen, zoals verstandelijk gehandicapten, verboden of verhinderd om kinderen te krijgen. In Nazi-Duitsland werden ze gesteriliseerd of soms zelfs vermoord. Dit wordt negatieve eugenetica genoemd. Tegenstanders van prenatale selectie verwijzen naar deze kwalijke geschiedenissen als argument om genetisch testen te verbieden.
Zouden ouders hun kind niet moeten accepteren zoals het is? Het samenspel van de genen van vader en moeder levert een nieuw mens op met zowel positieve als negatieve eigenschappen. Mensen verschillen nu eenmaal. Bij genenselectie hopen de ouders, dat het kind én zijzelf, er beter van worden. Met als resultaat meer geluk in hun leven en dat van hun kind. Je ouder bepalen al veel in je leven: je hele opvoeding door, proberen je ouders het beste voor je te bereiken. Je wordt voor een groot deel door je ouders gevormd; mensen zeggen niet voor niets: je lijkt toch zó op je ouders.
Stel dat het mogelijk wordt om te selecteren op de genetische kwaliteiten van kinderen. Misschien krijg je ooit modeprogrammas op TV, die laten zien welke kleur babys goed bij je interieur passen. Worden kinderen, net als andere dingen, in de toekomst lifestyleproducten? We weten allemaal hoe sterk de mode kan veranderen, en bij prenatale testen op uiterlijke eigenschappen speelt mode vast een rol. Straks kun je aan iemands kleur haar en ogen zien wat de mode was toen er geselecteerd werd, en wie die mode níet heeft gevolgd.
De kind-selectie-test is nog niet te bestellen via internet. De wetenschap heeft alleen maar vermoedens over de relatie tussen genen en eigenschappen, zoals seksuele geaardheid en leervermogen. Bovendien zeggen genen niet alles; andere factoren, zoals opvoeding, onderwijs en lifestyle bepalen voor een groot deel wie je wordt. Toch, het nadenken over deze kwestie is hard nodig. We moeten weten wat we er van vinden voordat het zover is.