Nieuwsgierig naar DNA

Niet alleen onderzoekt Peter de Knijff, hoogleraar populatiegenetica aan het Leids Universitair Medisch Centrum, DNA-sporen, hij bestudeert ook sporen in DNA. Regelmatig verschijnt hij voor de rechter om resultaten van DNA-onderzoek in moordzaken te presenteren.

Ondertussen werkt Peter de Knijff ook samen met archeologen, taalkundigen, geologen, klimatologen, geschiedkundigen en andere genetici om de ontstaansgeschiedenis van de mens in kaart te brengen. DNA alleen vertelt namelijk niet genoeg. Andere vakgebieden zijn nodig om waarnemingen te kunnen verklaren.

 

Y-chromosoom

Peter de Knijffs voornaamste studieobject is het Y-chromosoom, het geslachtschromosoom dat alleen bij de man voorkomt. "Binnen twee jaar kunnen we complete Y-chromosomen sequencen. Door dit willekeurig te doen, kunnen er nog zoveel andere dingen ontdekt worden." En dat terwijl er nu al veel interessante ontdekkingen gedaan zijn. Maar de wetenschap houdt nooit op, zeker niet voor Peter de Knijff: "Je kunt zoveel leuke dingen doen! Qua technologie is er al zoveel mogelijk. Eigenlijk is je fantasie de beperkende factor."

 

Op het lab van Peter de Knijff zijn onderzoekers bezig met zowel forensisch onderzoek als onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de mens op basis van markers in het DNA. Ook richten zij zich op het in kaart brengen van genetische variaties tussen bevolkingen. Peter de Knijff: "Je kunt pas zinvol genetica toepassen als je het basislandschap in kaart hebt gebracht. Geen enkele erfelijke ziekte komt bijvoorbeeld in Nederland even vaak voor. Er zijn regionale en lokale verschillen. Deze kunnen veroorzaakt worden door omgevingsfactoren, maar ook door genetische verschillen. Zodra je dit weet, kun je hiervoor corrigeren. Dan begrijp je de incidentie van ziektes van A tot Z.

Een genetische kaart van Y-chromosomaal haplotype R1a

Op dit moment is er weinig bekend over de genetische variaties in Nederland. "Het is moeilijk om voldoende informatie te krijgen over hoe divers Nederland is en waar we vandaan komen." Peter de Knijff is dus nu druk bezig met het maken van genetische kaarten van Nederland. Dit doet hij in eerste instantie voor het Y-chromosoom. Maar het is ook de bedoeling dat er een overzicht komt van autosomaal DNA (van de niet-geslachtschromosomen) en mitochondriaal DNA. Voor het Y-chromosoom is het overzicht anno 2008 zo goed als klaar.

 

Jansen, Bakkers, de Boer...

Om meer zicht te krijgen op de migratiestromen in Nederland heeft Peter de Knijff ook een onderzoek opgezet om een genetische kaart te maken van Nederland 300 jaar geleden. "Voor dit onderzoek kun je DNA uit skeletten en botten onderzoeken, maar dat is ontzettend veel en lastig werk. Meer dan 95% van wat je vindt bij DNA isolatie uit tanden van skeletten is DNA van bacteriën en planten. Vaak is slechts maar 1 procent menselijk DNA." Vandaar dat De Knijff het op een heel andere manier aanpakt. "We gaan gebruik maken van achternamen. 300 jaar geleden werden namelijk voor het eerst achternamen ingevoerd."

 

Een Italiaanse taalkundige heeft de geografische verspreiding van duizenden achternamen in Nederland bekeken. De achternamen Jansen en Bakkers komen bijvoorbeeld in heel Nederland voor, maar er zijn ook achternamen die alleen lokaal algemeen voorkomen. Dit zijn achternamen die op die plek zijn ontstaan en daar zijn gebleven. Het Y-chromosoom is dus waarschijnlijk ook in die regios op zijn plek gebleven. "Ik hoop dat de kaarten van nu en van 300 jaar geleden anders zijn, want dan is het resultaat te zien van 300 jaar migratie."

 

 

In de rechtzaal

De kennis over de migratie en Y-chromosomaal DNA komt van pas bij het analyseren van forensische DNAsporen. Op basis van autosomaal DNA, dat persoonspecifiek is, is te zeggen of het forensisch spoor van de verdachte afkomstig is. Bij Y-chromosomaal DNA en mitochondriaal DNA is dat een ander verhaal. Gegevens over hoe vaak een bepaald profiel voorkomt op een bepaalde locatie zijn nodig om een betrouwbare schatting te maken. Een overeenkomst in Y-chromosomaal of mitochondriaal DNA kan namelijk toeval zijn. Peter de Knijff haalt er een voorbeeld bij: "In de Puttense moordzaak was er een mitochondriale match tussen een haar en een van de twee verdachten. Dit zegt echter nog niets. Het kan zijn dat dit mitochrondriale DNA profiel algemeen is voor Putten."

 

DNA-profiel van een man

In een moordzaak wordt Peter de Knijff gevraagd om DNA sporen te analyseren. Vaak krijgt hij een stukje materiaal aangeleverd zoals een haar of een bloedvlek op een kledingstuk. Meer weet hij meestal niet van de moordzaak. Hij zoekt uit of het DNA spoor overeenkomt met een verdachte. Daarmee is de zaak echter niet opgelost. "Een match tussen een forensisch spoor en een persoon zegt alleen maar dat het spoor van die persoon af kan komen, meer niet." Dat is dan ook wat Peter de Knijff in de rechtzaal meedeelt. Hij vertelt iets over de bewijswaarde in de rechtzaal.

 

nieuwsgierig

Het lijkt erop dat Peter de Knijff alle facetten van het DNA onderzoek mag toepassen. Hij werkt met veel partijen samen om zowel de humane migratie als moordzaken uit te pluizen. Zijn drijfveer: nieuwsgierigheid. "Ik ben wetenschapper omdat ik geïnteresseerd en nieuwsgierig ben. Door niet alleen in het lab te zijn, maar ook in de rechtzaal ben je veel meer dan wie dan ook doordrongen van de maatschappelijke aspecten van je eigen onderzoek."