Forensisch DNA-bevolkingsonderzoek

Een grootschalig DNA-onderzoek kan bij moeilijke strafzaken zorgen voor nieuwe aanknopingspunten of kan het aantal verdachten verminderen.

Bij verschillende strafrechtelijke onderzoeken is in de afgelopen jaren een bevolkingsonderzoek uitgevoerd, waarbij DNA van honderden mensen is onderzocht om de dader te vinden of nieuwe aanknopingspunten te krijgen of het aantal verdachten te reduceren.

 

Vingerafdruk van DNA

Het NFI vergelijkt bij zo'n onderzoek de DNA-profielen van een grote groep burgers met het DNA-profiel dat gevonden is op de plaats van het misdrijf. Dit DNA-profiel is bijna net zo persoonsgebonden als een vingerafdruk.

 

Wie weigert

Alhoewel deze methode de opsporing van daders verbetert, roept ze wel ethische vragen op. Mensen die worden opgeroepen voor een bevolkingsonderzoek weten dat ze mogen weigeren, maar hebben vaak het idee dat een weigering ze extra verdacht maakt. Ook justitie is zich hier bewust van en benadrukt bij haar mensen dat ze zich hier niet door laten leiden, maar kun je bepaalde indrukken volledig negeren? En in hoeverre schaadt zo'n onderzoek onze privacy? Zijn we nog wel steeds onschuldig, tot het tegendeel bewezen is?

 

Onbedoelde getuigen

Bovendien zijn deelnemers aan een DNA-bevolkingsonderzoek zich vaak niet bewust van het feit dat hun eigen DNA ook informatie geeft over dat van hun familieleden. Misschien kunnen rechercheurs zien dat het DNA-profiel van meneer X niet gelijk is aan het profiel van het spoor, maar dat het er wel zoveel op lijkt, dat de donor van het spoor waarschijnlijk familie is van meneer X. In een normale strafzaak hoeven mensen niet te getuigen tegen directe familieleden, maar met hun DNA getuigen ze nu indirect wel. Een moreel dilemma: mag justitie gegevens over familiebanden gebruiken, ja of nee?