Justitie mag een signalement van de dader opstellen door DNA-sporen te testen. Geslacht, ras en straks nog meer?
Voor het opsporen van criminelen bestaat sinds kort een nieuwe opsporingsmethode. Politie en justitie mogen bij ernstige misdrijven namelijk een 'signalement' van de verdachte opstellen op basis van het DNA uit het sporenmateriaal. Dat 'signalement' is nog zeer beperkt. Op dit moment kan men al bepalen of het DNA van een man of vrouw is. Onderzoekers kunnen nu ook een grove inschatting maken van de bevolkingsgroep waartoe de verdachte behoort. Het is nog de vraag of straks ook kenmerken als de haar- en oogkleur of de lichaamslengte van de verdachte kunnen worden vastgesteld op basis van het DNA.
In september 2003 is in Nederland een wet aangenomen, die politie en justitie het recht geeft om uiterlijke persoonskenmerken uit het DNA af te leiden voor strafrechtelijk onderzoek. Hiermee hoopt justitie meer strafzaken op te lossen. Het gebruiken van DNA voor het vaststellen van uiterlijke kenmerken is een hele nieuwe ontwikkeling en met de nieuwe wet loopt Nederland, samen met Groot-Brittannië, voor op het gebied van strafrechtelijk DNA-onderzoek en de technische mogelijkheden.
Justitie mag zo'n uiterlijk profiel alleen opstellen als andere opsporingsmethoden geen of te weinig aanwijzingen hebben opgeleverd over de identiteit van de verdachte. Met de tests die nu of binnenkort beschikbaar zijn, kan ze alleen het geslacht en de etnische achtergrond bepalen en daarom staan deze kenmerken beschreven in de wet.
Als we in de toekomst ook testen hebben voor andere uiterlijke kenmerken, dan moet justitie deze eerst laten vastleggen in de wet. Daarvoor moet worden aangetoond dat het nieuwe kenmerk bijdraagt aan de opsporing. Bovendien moeten de tests betrouwbaar zijn. Kenmerken die je niet kunt zien, zoals verborgen erfelijke aandoeningen en erfelijke ziekten, mag justitie nu en in de toekomst niet gebruiken voor het opstellen van het signalement.
Zoals gezegd, kunnen onderzoekers op dit moment bepalen of een DNA monster afkomstig is van een man of een vrouw. Dat kan door te kijken naar het Y-chromosoom, dat alleen voorkomt bij mannen.

Het tweede uiterlijke kenmerk, de etnische afkomst kunnen onderzoekers binnenkort steeds beter voorspellen. Onderzoekers van het Forensisch laboratorium voor DNA-onderzoek in Leiden zijn nog druk bezig met het ontwikkelen van zo'n test. In die test kijken ze naar combinaties van DNA-kenmerken, die bij sommige bevolkingsgroepen vaker voorkomen en bij een andere juist weinig. Het zal waarschijnlijk niet mogelijk zijn om die afkomst met volledige zekerheid vast te stellen, maar de informatie kan voor justitie wel een aanknopingspunt zijn voor verder onderzoek. Bovendien kan deze informatie het aantal mogelijke verdachten terugbrengen.
Andere uiterlijke kenmerken kunnen we op dit moment nog niet vaststellen, maar wetenschappers zijn er al wel naar op zoek. Britse onderzoekers kijken bijvoorbeeld naar de kleurstoffen (pigmenten) die zorgen voor de kleur van oog, haar en huid. Ze onderzoeken de genen die zorgen voor rood haar en sproeten. En die informatie is vooral in Groot-Brittannië en Ierland erg waardevol!
Maar we mogen niet vergeten dat voedsel en omgeving ook een grote invloed hebben. Die zorgen voor veel variatie. Omdat niet iedereen met genen om lang te worden uiteindelijk de twee meter bereikt, is het ook nog maar de vraag of onderzoekers voor al deze kenmerken wel betrouwbare tests kunnen ontwikkelen.
Maar zelfs al is er een test beschikbaar om nieuwe kenmerken vast te stellen, dan mag justitie die pas gebruiken wanneer die nieuwe kenmerken in de wet zijn opgenomen. Zonder wettelijke toestemming mag justitie er niets mee doen.
Wat wel en niet mogelijk is, dat zal de toekomst ons leren, maar we kunnen wel vast nadenken welke informatie we zouden willen gebruiken. De staat heeft namelijk de plicht om zowel de samenleving als haar individuele burgers te beschermen, maar waar ligt de grens? Wanneer komt onze privacy in het geding? Of wordt die niet aangetast? Zijn uiterlijk waarneembare kenmerken eigenlijk wel privé?
Tegelijkertijd weten we dat het onderzoek naar uiterlijk waarneembare persoonskenmerken in veel gevallen alleen een voorspelling doet. Leidt deze informatie dan wel naar de dader? Hoe gaan de rechercheurs met de informatie om?
Tilburgse onderzoekers vragen zich daarnaast af waarom justitie geen gegevens over iemands gedrag of erfelijke ziekten mag gebruiken. Zouden we niet juist naar psychologische kenmerken moeten zoeken? Dit geeft misschien informatie over de leefstijl van de verdachte. Is dat niet in het belang van de opsporing? Of raken we dan echt onze privacy kwijt?