Daders traceren en moorden oplossen met één huidschilfer. Kan dat alleen bij Crime Scene Investigation of kan het ook in het echt?
Van de ruim 300 in Nederland gepleegde moorden, wordt zo'n tachtig procent gepleegd in de huiselijke kring. Vaak is het bewijs snel gevonden, maar soms is het met het traditionele opsporingswerk erg moeilijk om een verdachte op te sporen. DNA-analyse biedt in die gevallen soms uitkomst. Op basis van biologische sporen zoals een microscopisch klein stukje huid, een haarwortel, een druppeltje bloed of wat sperma, is een DNA-profiel te vervaardigen. Dit DNA-profiel is vrijwel uniek voor iedere mens en kan de sleutel tot de oplossing van het misdrijf zijn.
Forensisch of gerechtelijk onderzoek is wetenschappelijk onderzoek dat specialisten doen op en rond plaatsen waar men sporen denkt te kunnen vinden zoals de plaats van een delict (ook wel PD, de plek waar een misdaad is begaan), de plaats waar een lijk is gevonden, de woning van een verdachte en in het laboratorium zoals het Nederlands Forensisch Instituut. De onafhankelijke onderzoekers doen in opdracht van justitie aan waarheidsbevinding. Ze zoeken uit wat er werkelijk is gebeurd en speuren naar bloed, brandresten, wapens, drugs, etc. De resultaten komen in een deskundigenrapport dat bij de rechtszaak als bewijs kan worden gebruikt.

De methoden om biologisch materiaal te vinden en hiervan het DNA te analyseren, zijn de laatste jaren sterk verbeterd en daardoor kunnen de forensisch onderzoekers steeds meer met minder sporenmateriaal. Het kleinst denkbare biologische spoor is vaak voldoende voor een DNA-onderzoek. Bloedsporen op kledingstukken en wapens van verdachten van mishandeling of doodslag, spermasporen op de kleding en uitstrijkjes van slachtoffers van verkrachting. Zelfs van oude sporen of sporen van slechte kwaliteit kan vaak nog een DNA-profiel worden gemaakt.
Forensische onderzoekers maken een DNA-profiel door bepaalde delen van het gevonden DNA te vermeerderen met behulp van de Polymerase Chain Reaction (<stockticker w:st="on">PCR</stockticker>). Deze delen van het menselijk DNA verschillen zo sterk van persoon tot persoon dat deze hypervariabele delen een nagenoeg persoonsspecifiek DNA-patroon opleveren. In dat opzicht is een DNA-profiel net als een vingerafdruk. Je kunt er geen medische gegevens of persoonlijke kenmerken uit aflezen, maar ieders profiel is wel nagenoeg uniek.
Als de onderzoekers een DNA-profiel hebben gemaakt van bijvoorbeeld het materiaal, gevonden op de plaats van het misdrijf, dan vergelijken ze dat met het DNA-profiel van de verdachte in de zaak. Wanneer het DNA-profiel van het biologische spoor matcht met het profiel van een verdachte, dan wordt het erg aannemelijk dat het biologisch spoor van deze verdachte afkomstig is. Of de dader schuldig is, bepaalt de rechter, die daarbij alle belastende en ontlastende bewijsmiddelen in overweging neemt.Als het DNA-profiel van het spoor niet matcht met het DNA-profiel van de verdachte, dan wordt het DNA-profiel van het spoor opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. Ook het DNA-profiel van de verdachte wordt opgenomen in de DNA-databank en vergeleken met alle daarin reeds aanwezige DNA-profielen.
Hoe forensisch DNA-onderzoek in Nederland moet worden uitgevoerd, is vastgelegd in de wetgeving. Onderzoekers mogen dit alleen in opdracht van de rechter-commissaris of de officier van justitie uitvoeren en dan ook alleen volgens gecertificeerde testmethoden.
Niet alleen bij het oplossen van criminaliteit kijken forensische onderzoekers naar DNA-profielen, ook voor het aantonen van een ouder-kind relatie en het identificeren van slachtoffers gebruiken ze deze profielen. Daarnaast gebruiken onderzoekers die familiebanden bestuderen ook mitochondriaal DNA of kijken ze specifiek naar het mannelijke Y-chromosoom.
Stel, er is iemand vermoord en de politie weet niet wie de dader is. Ze vermoedt dat de dader woont in het dorp van het slachtoffer. Dan kunnen forensisch rechercheurs een DNA-bevolkingsonderzoek doen: ze vragen een vastgestelde groep mensen in dit geval de inwoners van het dorp om mee te werken aan dit onderzoek. Op vrijwillige basis staan mensen een beetje DNA-materiaal af en forensische onderzoekers kijken of het DNA-profiel van deze mensen matcht met dat van de sporen bij de moord.
Een DNA-bevolkingsonderzoek leidt soms naar de dader. Maar als geen enkel DNA-profiel matcht met dat van het DNA-spoor dan weet justitie in ieder geval dat deze mensen de moord niet hebben gepleegd. Het Openbaar Ministerie (OM) wil in de toekomst vaker gebruikmaken van grootschalig DNA-onderzoek.
Wanneer opsporingstechnieken niet hebben geleid naar een verdachte, dan is er sinds september 2003 nog een mogelijkheid die DNA-onderzoek kan bieden. Het is forensische onderzoekers namelijk in bepaalde situaties toegestaan om uit DNA van sporenmateriaal uiterlijk waarneembare persoonskenmerken af te leiden. Hiermee kan een onderzoeker in de toekomst als het ware een signalement van de onbekende verdachte maken. Op dit moment kan een forensisch onderzoeker met DNA bepalen of de donor van het spoor een man of vrouw is en soms kan hij een inschatting maken tot welke bevolkingsgroep de donor van het spoor zou kunnen behoren. Daarnaast zijn er technische ontwikkelingen gaande om in de toekomst uitspraken te kunnen doen over de haar- en oogkleur van de donor van het biologische spoor.
Van veel oude zaken (1984 -1996) is nog biologisch sporenmateriaal aanwezig, dat gebruikt kan worden voor het moderne DNA-onderzoek. Het Openbaar Ministerie heeft een aantal onopgeloste zaken uit het verleden heropend en DNA-onderzoeksopdrachten gegeven. Dit heeft in een aantal gevallen tot de oplossing van een oude moordzaak geleid.