Kankergenen opsporen

De eerste stap om kanker te voorkomen of te genezen is de oorzaken op te sporen. We weten inmiddels dat kanker een ziekte van de genen is. Hoe weten we dat? En kunnen de genen weer hersteld worden?

Kanker ontstaat door boze gedachten, zei men vroeger. Volgens de middeleeuwse geleerde Paracelsus kwam kanker door het onderdrukken van wensen en behoeften, zoals seks. Inmiddels weten we, dat kanker iedereen kan overkomen. Om kanker te voorkomen at Linus Pauling, een bekende chemicus en Nobelprijswinnaar, iedere dag tien gram vitamine C. Toch overleed hij aan kanker. Zo makkelijk is het dus niet. Eeuwenlang hebben wetenschappers en artsen geprobeerd de oorzaak van kanker op te sporen, maar pas sinds we weten hoe onze genen werken krijgen we een idee kregen wat er werkelijk gebeurt.

Eerste kankergen

Virus
Virus

Het eerste kankergen - het src gen - werd in 1976 ontdekt door Amerikaanse onderzoekers die werkten aan kippenvirussen. Ze bestudeerden zogenoemde retrovirussen; virussen die hun eigen genen toevoegen aan die van de geïnfecteerde cellen. De geïnfecteerde cellen veranderen hierdoor in kankercellen. De onderzoekers concludeerden dat het virus een gen bevat dat kanker veroorzaakt. Omdat virussen maar weinig genen hebben, werd het verantwoordelijke gen snel geïdentificeerd. Vervolgens ontdekten de onderzoekers dat het kankerverwekkende virusgen bijna identiek was aan een gen dat niet alleen in normale kippencellen, maar in de cellen van alle dieren voorkomt. Dat gen speelt een rol bij het regelen van de celdeling. Het gen leidt tot productie van een eiwit, dat een belangrijke rol speelt bij het doorgeven van groeisignalen in een cel. Zodra zogenoemde groeifactoren aan de buitenkant van de cel vasthechten, start dit eiwit de celdeling. In kankercellen bevat het gen fouten waardoor het eiwit zodanig veranderd is, dat het ook zonder groeifactoren de cellen tot deling aanzet. In 1989 kregen de onderzoekers Harold Varmus en Michael Bishop voor de ontdekking van het eerste kankergen de Nobelprijs.

Tegenwoordig kennen we een lange lijst van genen die op de ene of andere manier betrokken zijn bij de regulatie van celdeling en die in tumoren zo veranderd zijn dat ze de cellen continue tot celdeling stimuleren.

Gentherapie

De oplossing voor dit probleem lijkt voor de hand te liggen: herstel de fouten in het gen. Deze aanpak wordt gentherapie genoemd. Hierbij wordt het goede, ongemuteerde gen in een cel ingebracht waardoor het goede eiwit wordt aangemaakt en de cel zijn normale functie kan uitvoeren. Maar dat blijkt toch ingewikkelder dan gedacht. Het is moeilijk om genen in lichaamscellen in te brengen. Genen zijn vergeleken met bijvoorbeeld medicijnen ontzettend groot. Daardoor is het lastig ervoor te zorgen dat ze in de kankercellen terecht komen. Er wordt gewerkt aan nieuwe manieren om gentherapie toe te passen, maar het is nog onzeker of dat gaat lukken. Lukt het wel, dan duurt het zeker nog tientallen jaren voordat het een routine behandeling is.

Nieuwe medicijnen

De voorkeur gaat uit naar het ingrijpen in de processen die fout gaan doordat een gen is veranderd. Bijvoorbeeld door een stof te ontwikkelen die het eiwit blokkeert dat cellen continu tot celdeling aanzet. Maar er zijn veel verschillende manieren waarop eiwitten continue celgroei kunnen veroorzaken. Dat betekent dat we in detail moeten begrijpen hoe het hele proces werkt om nieuwe kankergeneesmiddelen te ontwikkelen die echt goed werken. Een auto kan je ook alleen repareren als je weet waar je mee bezig bent.  

Leef gezond

Brocolli

Afwijkingen in de genen ontstaan weliswaar toevallig, maar er zijn wel factoren die genveranderingen kunnen beïnvloeden. Daarom hadden Paracelsus en Pauling ook wel een beetje gelijk. Het door Pauling geslikte vitamine C blijkt inderdaad te werken tegen bepaalde schadelijke stoffen, die DNA veranderingen veroorzaken. Ons eigen afweersysteem kan genveranderingen herkennen en repareren. En kennelijk werkt dat beter als wij lekker in ons vel zitten en zoals Paracelsus zei, naar onze wensen en behoeften leven. Dus, blij leven en gezond eten zijn weliswaar geen therapie tegen kanker maar helpen misschien de kans op kanker te verkleinen. Volgens Linus Pauling was de kanker bij hem 20 jaar uitgesteld.