Onsterfelijkheid en eeuwige jeugd spreken veel mensen wel aan. Er wordt al zo lang onderzoek gedaan naar het ontstaan van ziekten, waarom is het dan nog steeds niet mogelijk om eeuwig jong en gezond te blijven? Helaas is de grens tussen ziek en eeuwig gezond ingewikkelder dan we vroeger dachten. Vooral als we het hebben over kanker.
Volgens een intrigerende theorie heeft oud worden te maken met slijtage van onze chromosomen, de slierten DNA in de celkernen waarop de genen liggen. Bij iedere celdeling worden de chromosomen gekopieerd, maar gaat er een stukje van de uiteinden verloren. Die uiteinden heten telomeren. Telomeren kun je vergelijken met de uiteinden van een veter waarvan het plastic stukje kapot is. Bij iedere deling rafelt er een stukje vanaf en uiteindelijk kan de cel niet meer delen en sterft hij. In ons lichaam gebeurt dit na zo'n vijftig tot zeventig delingen. Door het steeds maar verder uitrafelen raakt de telomeer zo beschadigd dat de celdeling niet meer goed verloopt en cel tot zelfmoord wordt aangezet.

Maar hoe weten we dat het korter worden van telomeren iets te maken heeft met ouder worden? Er is een eiwit, het enzym telomerase, dat het rafelen van de telomeren voorkomt. Dat is aangetoond in muizen, waarin het DNA dat codeert voor telomerase is uitgeschakeld. Die muizen kunnen geen telomerase maken. Binnen een paar generaties zijn de telomeren in hun cellen enorm verkort en vertonen ze op jonge leeftijd al tekenen van veroudering, zoals grijs haar en kaalheid. Omgekeerd, door extra telomerase-DNA toe te voegen aan cellen die in een laboratorium groeien, ontstaan cellen waarvan de telomeren niet korter worden. Deze cellen blijven maar doorgaan met delen, gaan niet dood en zijn dus onsterfelijk geworden.
Telomerase-therapie als verjongingskuur? Het lijkt zo simpel. Je haalt gewoon wat cellen uit iemands lichaam, voegt in het laboratorium telomerase DNA toe waardoor de telomeren verlengd worden en plaatst de cellen weer terug in het lichaam. Of nog beter, je injecteert gewoon wat telomerase. Er is echter een groot gevaar, namelijk dat we de verkeerde cellen onsterfelijk maken. Kankercellen kunnen juist blijven delen doordat ze hun telomerase activeren. Met zo'n telomerase-therapie boots je dus eigenlijk na wat kankercellen doen en is het heel goed mogelijk dat de kans op kanker dus sterk stijgt.
Ondanks dit gevaar is de cosmetische industrie erg geïnteresseerd in telomerase. Reclameboodschappen wekken de suggestie dat de verjongende eigenschappen van dit eiwit in hun huidproducten worden toegepast. Sommige merken beloven een ultieme anti-veroudering revolutie en spreken over een zeer krachtig actieve ingrediënt, het optitelomerase, dat de levensduur van cellen verlengt door vroegtijdige veroudering van de huid bij de bron te bestrijden. Dat klinkt mooi, maar wat deze crèmes nu precies bevatten en wat de lange termijn effecten bij gebruik zijn, is niet duidelijk.
Telomerase zal voorlopig dus niet de oplossing bieden voor onze behoefte aan eeuwige jeugd en onsterfelijkheid. Maar de kennis die de afgelopen jaren is opgedaan over de rol van telomeren in celdood en onsterfelijkheid biedt misschien wel mogelijkheden voor het aanpakken van kanker. Het inzicht dat juist kankercellen zo boordevol met telomerase zitten geeft onderzoekers een nieuw aanknopingspunt voor het ontwikkelen van specifieke antikanker geneesmiddelen. Wetenschappers zijn druk bezig met het onderzoeken van stoffen die telomerase remmen, met de hoop die op de tumor te kunnen loslaten, waardoor de telomeren verkort worden en de kankercellen uiteindelijk doodgaan.
Dit onderzoek is nog steeds gaande en er zijn nog geen middelen ontwikkeld die al door patiënten gebruikt kunnen worden. Maar het is één van de paden die onderzoekers en artsen bewandelen in de strijd tegen kanker. Een zo'n stofje, GRN163L genaamd, remt het telomerase in verschillende typen gekweekte menselijke tumorcellen (afkomstig van bijv. long, borst, prostaat en lever). Met deze stof zijn onlangs in de Verenigde Staten fase 1 klinische trials begonnen voor patiënten met chronische lymfatische leukemie (CLL).