Het ideale kankermedicijn remt de groei van de tumoren en heeft geen bijwerkingen voor de patiënt. Helaas bestaan er daar nog weinig van. Het middel Gleevec is een uitzondering. Patiënten die aan een bepaalde soort leukemie lijden, kunnen met Gleevec de kanker lange tijd onderdrukken.
In de meeste gevallen wordt de tumor operatief verwijderd. Bij leukemie - kanker van het bloed - is dat onmogelijk, omdat de kankercellen overal in het bloed zitten. Om de tumoren te verwijderen moet dus al het bloed van de patiënt vervangen worden door bloed van een passende donor. Andere mogelijkheden zijn bestraling en/of chemotherapie. Dit zijn allemaal hele zware behandelingen die bovendien niet altijd tot genezing leiden.
Een betere strategie bij leukemie is voorkomen dat er te veel witte bloedcellen ontstaan; het kenmerk van leukemie. Er moet dus iets uitgeschakeld worden, zodat de productie van die cellen geremd wordt. Daarom moeten we weten waarom deze cellen ongecontroleerd blijven groeien en dán iets te verzinnen waarmee dat proces gestopt kan worden.
Celdeling, het groeien van cellen, wordt gestuurd door zogeheten groeifactoren. Dit zijn eiwitten die aan de buitenkant van de cel binden en dan groeisignalen doorgeven aan de cel. In gezonde weefsels bestaat er een evenwicht tussen het 'aan' en het 'uit' staan van zulke groeisignalen. Maar bij kankercellen staan de signalen altijd aan. Verschillende soorten cellen zijn van verschillende groeifactoren afhankelijk. Dat maakt het mogelijk specifiek de productie van kankercellen te remmen.
Ons bloed bevat verschillende soorten witte bloedcellen, die allemaal een eigen functie hebben. Bij leukemie zijn er te veel witte bloedcellen van één bepaald type. Er bestaan dan ook meerdere vormen van leukemie, afhankelijk van het celtype dat te veel in het bloed voorkomt. Eén van die soorten leukemie chronische myeloide leukemie of CML - ontstaat als twee verschillende genen Bcr en Abl per ongeluk aan elkaar geplakt zijn. Daardoor wordt een foutief eiwit - het Bcr-abl eiwit - gemaakt. Dit foute eiwit stimuleert celdeling zonder dat er groeifactoren aan te pas komen. Als gevolg daarvan blijven de witte bloedcellen maar delen.

Toen dat bekend was zijn farmaceutische bedrijven gaan zoeken naar een stof die specifiek alleen dat foute eiwit bindt en uitschakelt. Op deze manier wordt de groeistimulerende werking van het eiwit geblokkeerd. Met de ontwikkeling van het geneesmiddel Gleevec is dat inderdaad gelukt. Patiënten die aan CML-leukemie lijden, kunnen door Gleevec te slikken de kanker voor langere tijd onderdrukken. Helemaal genezen lukt nog niet. Helaas kan het foute Bcr-abl gen in sommige patiënten nogmaals een fout oplopen, waardoor het eiwit zo verandert dat Gleevec niet meer werkt en de witte bloedcellen weer ongeremd gaan delen. Voor die gevallen moet weer een nieuw 'ideaal medicijn' ontwikkeld worden.