Zo’n tien- tot honderduizend miljard cellen zitten er in ons lichaam. Een hele klus om die allemaal in het gareel te houden. Gelukkig beschikken we over regelsystemen die ervoor zorgen dat alle organen uit het juiste aantal cellen bestaan en dat oude cellen op tijd vervangen worden. Toch gaat het af en toe mis.
Het menselijk lichaam is eigenlijk een fantastische machine met miljarden verschillende cellen die allemaal hun eigen taak uitvoeren. Om alles goed te laten werken is het belangrijk dat er een juiste balans bestaat tussen de verschillende hoeveelheden gespecialiseerde cellen. Niet teveel huidcellen, wel genoeg afweercellen enzovoort. Die balans wordt bereikt door een netwerk van signalen; boodschappen die cellen voortdurend naar elkaar toesturen. Deze signalen regelen heel precies het proces van celdeling en van celdood.

Er is veel bekend over de manier waarop celdeling bij de mens is geregeld. Dit is niet alleen belangrijk om te snappen hoe ons lichaam functioneert, maar ook om te begrijpen wat er mis gaat bij kanker. Één van de belangrijkste eigenschappen van kankercellen is immers dat hun deling ontregeld is.
In normale cellen sturen twee regelmechanismen de celdeling. Vergelijk het met het gaspedaal en het rempedaal van een auto. Het gaspedaal bestaat uit een netwerk van signalen die de cellen aanzetten te gaan delen. Die signalen zijn meestal specifieke eiwitten, zogeheten groeifactoren, die door omringende cellen zijn afgegeven. De groeifactoren worden opgevangen aan de buitenkant van de cel. Vervolgens sturen ze een signaal naar de kern van de cel, waar het DNA is opgeslagen. Daar worden bepaalde groeigenen geactiveerd, die zorgen voor de productie van eiwitten waardoor de celdeling in gang gezet wordt.
Groeigenen zijn genen die in een normale cel een belangrijke functie hebben maar door een mutatie op een verkeerde manier geactiveerd worden. Dit is de eerste stap van een gezonde cel naar een kankercel. Het eerste menselijke kankergen - in wetenschappelijke termen een oncogen - werd in 1976 ontdekt.
Het moleculaire rempedaal bestaat uit een netwerk van genen met een groeiremmende activiteit. Die genen coderen voor signalen die de celdeling remmen. Ook hun bijdrage is erg belangrijk voor de regeling van de celdeling. Als er een mutatie in optreedt, gaat de groeiremmende eigenschap van het eiwit verloren. Verlies van de moleculaire rem kan ook leiden tot kanker. Omdat deze genen werken als een rem op kwaadaardige groei, staan ze bekend als tumorsuppressor-genen. Hiervan kennen we er inmiddels enkele tientallen.
Eigenlijk zijn de namen voor deze twee soorten kankergenen ongelukkig gekozen. Groeigenen lijken slechte genen te zijn die plotsklaps omslaan in een oncogen en zo kanker veroorzaken. Tumorsupressor-genen lijken goede genen te zijn, die je beschermen tegen het ontstaan van kwaadaardige gezwellen. In werkelijkheid zijn beide soorten genen goed, omdat ze er beide voor zorgen dat de celdeling goed verloopt. Pas als er fouten ontstaan in deze genen, raakt de normale celdeling ontregeld en spelen de genen een rol bij het ontstaan van een tumor.