Langlevendheid heeft alles te maken met het uitblijven van welvaartsziektes. En toch is gezond leven alleen niet genoeg om heel oud te worden, bewijzen bijzondere families.
Iedereen weet wat veroudering is: rimpelhuid, gehoorapparaat en een rollator. Dat zijn inderdaad zaken die ermee te maken hebben, maar moleculair epidemiologe prof. dr. Eline Slagboom, werkzaam in het LUMC, kijkt met een iets andere blik naar dit fenomeen.
Slagboom formuleert het als volgt: 'Veroudering is het proces van veranderingen in het lichaam dat leidt tot een toenemende kans op overlijden.' Dat klinkt ingewikkelder dan het is. Door de veroudering heb je elk nieuw levensjaar meer kans op het ontwikkelen van een ziekte. Een mens leeft lang door geen kanker en hart- en vaatziekten te krijgen - de belangrijkste doodsoorzaken in de Westerse wereld.
Daarmee is gelijk een relatie gelegd met levensstijl. Zaken waarvan iedereen weet dat ze een rol spelen in een lang leven. Ook uit dierproeven is dat bekend. Ratten die precies genoeg te eten krijgen, leven langer dan ratten die onbeperkt voer kunnen eten. En dat komt dan doordat ze beter beschermd zijn tegen het ontstaan van kanker en tegen hart- en vaatziekten.
Maar externe factoren zeggen niet alles, weet Slagboom. 'Er zijn families, die als eigenschap hebben dat ze al generaties heel oud worden. De vraag is waarom deze families zo traag verouderen en daar doen we hier in Leiden onderzoek aan. Wat is die erfelijke langlevendheid, hoe krijg je dat voor elkaar?'

Slagboom benadert veroudering van twee kanten: 'We richten ons dus aan de ene kant heel specifiek op verouderingsziekten. We kijken naar patiënten met artrose om te achterhalen wat de oorzaak daarvan is. Aan de andere kant onderzoeken we mensen die heel lang leven om factoren te ontdekken waarmee ze beschermd zijn en hart- en vaatziekten en kanker. En ik geef je op een briefje dat ze ook veel minder artrose hebben.'
Er zouden wel eens sleutelfactoren kunnen zijn die daarin een belangrijke rol spelen, en Slagbooms onderzoeksgroep speurt er binnen het CMSB naar met de modernste technieken. 'Als je die factoren kunt achterhalen bij een gezond persoon levert dat misschien aanwijzingen hoe je bij een ziek persoon die verouderingsziekte zou kunnen vertragen.'
In het onderzoek met mensen uit families die een zeer hoge leeftijd bereiken, worden de hoogbejaarde mensen vergeleken met de echtgenoot of echtgenote, die niet uit een langlevende familie komt. 'Die mensen delen dieet en leefomgeving, terwijl het genenpakket verschilt. De partners vormen zo een goede controle.'
Daarbij kijken de onderzoekers naar het erfelijk materiaal, maar ook naar eiwitten en metabolieten in bloed en urine. 'Het is gelukt om gedurende een aantal jaren die populatie van bijzondere families bijeen te brengen. Vervolgens zijn we daar prachtige studies aan het doen om zowel de biomoleculen als de genetica te onderzoeken. We kijken dan naar alles wat er te meten valt in het bloed: proteomics, metabolomics, epigenetica. Het bloed is moleculair van voor tot achter uitgeplozen.'
Slagboom beschikt dankzij financiering van ZonMW en CMSB over een ultramodern genotyperingscentrum, waar op grote schaal DNA-monsters onderzocht kunnen worden. Per individu komen zo tienduizenden meetwaarden beschikbaar. Die vormen het startpunt voor een statistische zoektocht naar verbanden die aangeven dat in groep gezonde oude mensen vaker bepaalde bloedwaarden of genvarianten voorkomen.
'Eerst kijken we of die hoogbejaarden iets bijzonders hebben ten opzichte van gewone stervelingen', zegt Slagboom. 'En we onderzoeken hun kinderen, om erachter te komen of die ook iets bijzonders hebben wat ook middelbare leeftijd al merkbaar is. Het gaat niet alleen de genetica en biochemie, maar ook de geestelijke gesteldheid, de afweer, wat ze eten. Er zijn veel uiteenlopende onderzoeksgroepen bij betrokken om dat allemaal na te gaan. De gegevens worden nu geanalyseerd. Het is een puzzel van 475 miljoen stukjes.'
Hoe vind je in zo'n berg van gegevens de factoren die significant van invloed zijn op veroudering en ziekte? In de klassieke biologie ging men op zoek naar een defect gen, maar bij de verouderingsziekten is dat niet reëel, zegt Slagboom. 'Bij veroudering dragen waarschijnlijk tientallen factoren bij. Het zou kunnen dat de natuur te ingewikkeld in elkaar zit en dat je er uiteindelijk niet uitkomt. Maar wellicht zijn er factoren in hoogbejaarden aan te wijzen die bijdragen aan hun gezondheid. Het is inderdaad complex onderzoek, maar we hebben wel alle gegevens van telkens dezelfde groep personen.'
Net als CMSB-directeur Gert-Jan van Ommen is Slagboom geïnteresseerd in de common demoninator, de gemeenschappelijke factor achter uiteenlopende ziekteprocessen. 'Het gaat om de vraag hoe de factor leeftijd bijdraagt aan dementie, artrose, kanker, hart- en vaatziekten. Normaal zie je iemand met artrose pas als hij ziek is, als epidemioloog wil je eigenlijk weten wat er in de twintig jaar daar voorafgaand is gebeurd. Kun je dat zien aankomen aan patronen in het bloed?'
Slagboom is kortom niet alleen op zoek naar nieuwe biologische inzichten. 'Ik zou tevreden zijn als ik voor een van de ziektes waar ik aan werk heb bijgedragen aan een verbeterde diagnose, begrip heb van het mechanisme en aangrijpingspunten zie voor een therapie.
Hoe dat gaat uitpakken is zelfs voor Slagboom nog een verrassing Misschien zitten gezonde hoogbejaarde mensen dermate anders in elkaar dat ze alles kunnen doen dat god verboden heeft. 'Als je een set van factoren vindt die als aangrijpingspunt kan dienen voor een medicijn om een beschermend mechanisme in gang te zetten, dan is dat een heel interessante oplossing.'
Haar eerste voorstel om gezonde ouderen te onderzoeken dateert al van twintig jaar geleden. 'Toen kon je daar geen geld voor krijgen, want die mensen zijn juist niet ziek. Wie geeft er nu geld om de krasse knarren te onderzoeken? Het CMSB heeft er nu aan bijgedragen dat we hier de grootste meting aller tijden hebben kunnen doen. We hebben de meest uitgebreide datasets van Nederland. Het wordt nog even een spannende race om met publicaties hierover de mondiale concurrentie voor te blijven.'