Alcoholisme: ziekte of zwakte?

Iedereen drinkt wel eens een glaasje, of het bier is, wijn of sterke drank, gewoon voor de gezelligheid. Soms als te veel wordt gedronken kan die gezelligheid omslaan in dronkenschap. Dit heeft vaak niet alleen gevolgen voor jezelf, maar soms ook voor de omgeving. Als je niet zonder drank kunt bent je een alcoholist. Ligt alcoholisme vast in je genen?

 

In de familie

Kinderen van alcoholisten zijn vaak bang om zelf later ook verslaafd aan alcohol te raken. Onderzoek wijst uit ze drie tot vier keer zoveel kans hebben om alcoholist te worden. Dat alcoholisme in bepaalde families duidelijk meer voorkomt dan in andere wil nog niet zeggen dat alcoholisme volledig erfelijk bepaald is. Het kan ook zo zijn dat kinderen het voorbeeld van (een van) hun ouders volgen. Uit wetenschappelijke studies blijkt dat zowel genen als omgeving een rol spelen bij de ontwikkeling en instandhouding van alcoholisme.

Bijzonder onderzoek

Om uit te vinden welke rol genen en omgeving precies spelen gebruiken wetenschappers bijzondere onderzoeksmethoden. Veelgebruikt is onderzoek bij tweelingen en adoptiefkinderen. Bij adoptiestudies worden adoptiefkinderen vergeleken met andere kinderen in een gezin. Verschillen beiden dan zouden genen daar verantwoordelijk voor kunnen. Bij tweelingstudies worden eeneiige tweelingen vergeleken met twee-eiige tweelingen. Daaruit worden conclusies getrokken over de invloed van genen en omgeving. Zo blijkt bijvoorbeeld dat bij eeneiige tweelingen die gescheiden worden opgevoed, dat wanneer er één alcoholist is, de kans groter is dat de ander het ook is.

 

Meer of minder erfelijk

Onderzoek lijkt uit te wijzen dat genen gemiddeld meer bijdragen aan de ontwikkeling van alcoholisme dan omgevingsfactoren. Wel is de mate van erfelijkheid verschillend per vorm van alcoholisme. Bij vroeg optredend alcoholisme (voor het 25e levensjaar) is de mate van erfelijkheid vrij hoog terwijl bij laat optredend alcoholisme het aandeel van de genen een stuk kleiner is.

 

En de omgeving dan?

Als je een gen hebt dat een rol speelt bij alcoholisme betekent dit niet met zekerheid dat je alcoholist wordt. Dit is immers ook afhankelijk van omgevingsfactoren. Van invloed zijn bijvoorbeeld je sociale omstandigheden: kom je uit een arm of rijk milieu? En je karakter: ben je altijd op zoek naar nieuwe ervaringen of juist niet? Ben je impulsief of niet? En het voorbeeld dat je ouders geven: drinken ze veel of weinig?

 

Kandidaat genen

Dat genen een rol spelen bij alcoholisme staat vast. Het gaat niet om één specifiek gen, maar om meerdere genen, die in combinatie met de omgeving betrokken zijn bij het risico op alcoholisme. Steeds meer geld wordt gestoken in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar kandidaatgenen. In zulk moleculair genetisch onderzoek wordt geprobeerd regionen op het gen in verband te brengen met alcoholisme. Dit onderzoek is veelbelovend maar ook tijdrovend. Het zal naar verwachting van kenners pas over tien tot vijftien jaar concrete resultaten kunnen opleveren voor preventie en behandeling.

 

Eerder beroerd, minder verslaafd

Bij bepaalde Aziatische groepen komt bijna geen alcoholisme voor. Het blijkt dat bij deze groepen genetische variaties leiden tot een verlaagd niveau van enzymen, die alcohol in de lever afbreken. Dragers van deze variatie voelen zich eerder beroerd en gaan sterker blozen, hierdoor zijn ze tegen alcoholisme beschermd . Hoe minder goed je tegen alcohol kunt, hoe kleiner het risico om verslaafd te raken.

 

Jong geleerd is oud gedaan

Alcohol is in Westerse landen gemakkelijk te verkrijgen in tegenstelling tot in Islamitische samenlevingen, waar het percentage alcoholverslaafden beduidend lager ligt. In Nederland is alcohol algemeen verkrijgbaar. Alleen aan jongeren onder de 16 jaar mag geen alcohol worden verkocht. Wel gaan steeds meer stemmen op om nog strenger toe te zien op drankgebruik bij jongeren. De risicos voor de gezondheid zijn dan ook groter dan bij volwassenen. Hoe jonger je begint met drinken, hoe groter de kans dat je later in je leven aan alcohol verslaaft raakt.

 

Zwakte of ziekte?

Vroeger werd vaak gedacht dat alcoholisten hun verslaving aan zichzelf te wijten hadden. Hun wil zou te zwak zijn om de zucht naar alcohol te weerstaan. Onder invloed van nieuwe wetenschappelijke inzichten wordt alcoholisme tegenwoordig meer en meer gezien als een erfelijk bepaalde hersenziekte. Of dit veranderde beeld positief dan wel negatief uitpakt voor de omgang met alcoholisten zal de toekomst moeten leren.