‘Suicide’ gentherapie

In Utrecht gaat dit jaar een klinisch onderzoek bij tien patiënten van start om erachter te komen of gentherapie de gevreesde bijwerkingen van een beenmergtransplantatie kan verlichten. Cellen die zeer belangrijk zijn voor het bestrijden van de laatste tumorcellen kunnen voor problemen zorgen wanneer zij ook gezonde cellen aanvallen.

Moleculair immunoloog dr. Saskia Ebeling onderzoekt aan het UMC Utrecht of ze in dat geval alsnog uitgeschakeld kunnen worden met een slim medicijn. 'Patiënten met leukemie worden al sinds 30 jaar behandeld met chemotherapie in combinatie met een beenmerg stamceltransplantatie. Het idee is dat de chemotherapie alle bloedvormende cellen in het beenmerg -inclusief de tumorcellen- uitschakelt.'

 Na de chemotherapie is de enige manier om de bloedaanmaak van leukemiepatiten te herstellen het toedienen van nieuwe, gezonde bloedstamcellen van een donor. Bloedstamcellen in het beenmerg vormen dagelijks miljoenen nieuwe bloedcellen, zoals bloedplaatjes, rode bloedcellen en witte bloedcellen.

Met het transplantaat liften ook witte bloedcellen van het afweersysteem van de donor mee. Deze cellen vallen vaak na een tijd ook de gezonde weefsels van de patiënt aan, omdat ze die als lichaamsvreemd herkennen.

 

 

Transplantatieziekte

Het gevolg is dat patiënten nare klachten ervaren, tot soms levensbedreigende bijwerkingen aan toe: ze krijgen transplantatieziekte. De enige oplossing is het slikken van afweer-remmende medicijnen die zelf ook weer de nodige bijwerkingen veroorzaken.

Toch halen de artsen liever niet de witte bloedcellen vooraf uit het transplantaat. Meestal ontstaan de bijwerkingen pas na enige dagen of weken. Voor die tijd ruimen de cellen de laatste achtergebleven tumorcellen in de patiënt op. Daarom is weglaten van de witte bloedcellen geen optie.

 

Nieuwe therapie

Ebeling onderzoekt samen met haar collega van de afdeling Hematologie, een mogelijke nieuwe therapie voor transplantatieziekte. Aan dit onderzoek doen tien leukemie- en lymfklierkanker patiëten mee, bij wie de ziekte na behandeling de kop weer heeft opgestoken.

 

Wolf in schaapskleren

Met behulp van gentherapie wordt extra erfelijk materiaal aan de witte bloedcellen toegevoegd. Als een wolf is schaapskleren lift vanaf dat moment een zelfmoordgen met de cellen mee.

 

Zodra de eerste verschijnselen van transplantatieziekte gezien worden, dienen de onderzoekers een medicijn toen dat op zichzelf ongevaarlijk is. Maar het zelfmoordgen zet dit medicijn om in een voor de cel dodelijk stof.

 

Alleen de witte bloedcellen die dit gen voor de transplantatie gekregen hebben, worden dus aangepakt. De bijwerkingen stoppen en met een beetje geluk hebben de cellen voor die tijd wel de achtergebleven tumorcellen opgeruimd. Maar dat wordt nu nog onderzocht.

 

Zelfmoord gentherapie maakt het in theorie mogelijk om extra grote hoeveelheden witte bloedcellen van een donor toe te dienen. Wanneer de bijwerkingen bestreden kunnen worden, is er minder gevaar en kan beter geprofiteerd worden van het feit dat de cellen tumorcellen opruimen.