Genomics: muis is kind van de rekening

Onderzoek naar erfelijkheid en de genen van levende wezens (genomics) is de afgelopen 20 jaar sterk toegenomen. Deze stijging van onderzoek heeft grote gevolgen, bijvoorbeeld in de geneeskunde. Meer inzicht in de genetica zorgt voor nieuwe behandelmethoden bij verschillende ziektes. De stijging van genetisch onderzoek heeft ook invloed op het aantal proefdieren dat wordt gebruikt bij experimenten.

Leidt genomics tot een toename of juist afname van het proefdiergebruik? Er zijn mensen die denken dat de nieuwe genetische technieken proefdieren overbodig maken. Anderen beweren juist dat het aantal proefdieren alleen maar toeneemt. Wie heeft gelijk?

Waarom proefdieren

proefdier muis

Proefdieren zijn nodig om nieuwe medicijnen te maken of te verbeteren. Daarnaast worden ze ook gebruikt om de giftigheid van stoffen te meten en om meer te weten te komen over het menselijk lichaam. In de meeste gevallen worden proefdieren gebruikt als stand-in voor de mens. Mensen hebben bijvoorbeeld erg veel genen gemeenschappelijk met muizen. Dus door proeven te doen met muizen kunnen onderzoekers testen of een nieuw medicijn werkt en niet gevaarlijk is, voordat mensen het gebruiken.

3 V’s

Het aantal proefdieren dat gebruikt wordt voor genetisch en genomics onderzoek is de laatste jaren sterk gestegen. In Nederland waren het er 86.000 in 1980, in 2002 was het aantal al boven de 125.000. En dat terwijl het totale aantal proefdieren in Nederland in diezelfde tijd sterk is gedaald. Deze daling komt onder andere door het beleid van de overheid. De overheid probeert door middel van Vervanging, Vermindering en Verfijning (de 3V´s) het proefdiergebruik terug te dringen. Ook binnen genomics onderzoeken wetenschappers mogelijkheden om onderzoek te doen zonder dat daar dieren voor nodig zijn. Er zijn al wel alternatieven bedacht, maar deze ontwikkeling gaat erg traag. Zoals het testen met gekweekte menselijke cellen. Een gekweekt groepje cellen reageert anders dan een heel organisme en daar moet rekening mee gehouden worden.

Toename...

Het aantal proefdieren stijgt door genomics, zeggen verschillende organisaties. Proefdiervrij is daar een van. Omdat de afgelopen jaren het aantal proefdieren steeds is gestegen, verwacht de organisatie dat dit de komende jaren ook zo zal zijn. In opdracht van de overheid hebben de Commissie Biotechnologie bij Dieren (CBD), de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) en de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) in 2004 een rapport geschreven over ontwikkelingen in de biotechnologie. In dit rapport staat dat verwacht wordt dat het aantal proefdieren nog meer zal gaan stijgen. Dit komt onder andere door een nieuwe techniek waarmee onderzoekers de functie van genen in de muis kunnen onderzoeken: RNA interference (RNAi). Met deze techniek kunnen zij achterhalen welke genen er betrokken zijn bij verschillende ziektes. Maar voor al deze onderzoeken zijn weer proefdieren nodig.

... of afname?

muis als proefdier

Genomics leidt tot een afname van het gebruik van proefdieren, denkt het Nationaal Centrum Alternatieven voor dierproeven (NCA). Door genomics is het mogelijk om meerdere kenmerken tegelijk te meten op hetzelfde tijdstip. Ook is het mogelijk om te selecteren welke dieren het meest geschikt zijn voor een onderzoek, zonder dit eerst te moeten testen. Een alternatief voor dierproeven is het testen van een klein beetje levend weefsel van een dier of mens in een reageerbuis. Zo´n stukje weefsel kan je uit het lichaam van een dier halen, maar ook zelf kweken. Deze methode heet in vitro onderzoek. Er worden al (giftigheid)testen gedaan op deze manier, maar er zijn nog maar weinig tests die op deze manier kunnen. Eerst moeten er nog meer en betere methodes ontwikkeld worden en dat kost tijd, geld en nog meer proefdieren. Wetenschappers die zich bezig houden met de ontwikkeling van in vitro tests zeggen dan ook dat en nu veel proefdieren nodig zijn, maar dat uiteindelijk het aantal proefdieren zal dalen.