De muis als surrogaatpatiënt

De Mouse Cancer Clinic in het Nederlands Kanker Instituut is een miniversie van een ziekenhuis waar muizen als patiënt behandeld worden. Op zoek naar effectieve medicijnen voor kankerpatiënten.

De Mouse Cancer Clinic. Het woord zegt het al: een ziekenhuis voor muizen, een miniversie van de echte kliniek, die begin juni 2007 haar deuren opende. In de minikliniek kunnen medicijnen, bestralingen en ook operaties in muizen beter getest worden dan ooit. We proberen muizen met tumoren zoveel mogelijk te behandelen zoals we ook mensen in de kliniek behandelen, vertelt onderzoeker dr. Jos Jonkers, een van de leiders van het project. We willen dat doen met bestaande behandelingen, al dan niet gecombineerd met nieuwe medicijnen. We zoeken zo naar effectievere kankermedicijnen en betere behandelmethoden voor de patiënt.

Miniscanner

De muizenkliniek beschikt over op maat gemaakte apparatuur. Daarmee onderzoeken Jonkers en collega’s de groei van de tumor en de reactie op een behandeling. Er staat een röntgenapparaat voor muizenborsten en een mini-CT-scanner, beide apparaten om foto’s van de tumoren te kunnen maken. Het NKI, verbonden aan het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, is een van de weinige plekken ter wereld met zo’n muizenkliniek voor kankeronderzoek. De combinatie van een minikliniek met de verschillende gefokte muizenlijnen die het NKI in huis heeft, is uniek. Jonkers: "We beschikken over muizen voor het onderzoeken van verschillende soorten kanker waarin we met genetische trucs dezelfde fouten in het DNA hebben aangebracht die ook in de mens kanker veroorzaken. Een voorbeeld is een muizenlijn voor het testen op borstkanker. Dat is verkregen door twee genen (BRCA-1 en p53) uit te schakelen. De tumoren die bij deze muizen ontstaan lijken precies op die van vrouwen die door een BRCA-1 mutatie erfelijke borstkanker krijgen. Al sinds 1996 zijn we bezig met het maken van deze muizen en we zijn nu in een positie om baanbrekend onderzoek te doen."

Effectiever

De mini-SPECT/CT-scanner
Jonkers (links) en collega's van de muizenkliniek bij de mini-SPECT/CT-scanner (bron: NKI-AVL)

Een muis is duidelijk geen mens. Toch is de muis een goede stand-in. Zo’n 90 procent van onze genen is vergelijkbaar met die van de muis. Een muizenlijn met op de mens lijkende tumoren maakt het muizenonderzoek nog waardevoller. Door de behandeling van deze muizen te bestuderen, denken Jonkers en zijn collega’s de behandeling van kankerpatiënten te kunnen verbeteren. Het gaat op dit moment namelijk niet zo goed met de ontwikkeling van nieuwe middelen tegen kanker. Jonkers: "Het succespercentage van kankermedicijnen die de farmaceutische industrie toetst en uiteindelijk gebruikt kunnen worden in de kliniek, is maar vijf procent, dus 1 op de 20. Dat komt onder andere doordat de farmaceutische industrie geen goede manier heeft om die nieuwe middelen te toetsen. Er wordt nog steeds een test uit de jaren zeventig gebruikt die in de praktijk weinig zegt over hoe effectief het middel in patiënten zal zijn. De industrie is dan ook zeer geïnteresseerd in onze muizen." 

Eerste resultaten

Het onderzoek is in volle gang en heeft al eerste resultaten opgeleverd. Zo hebben Jonkers en zijn collega's Sven Rottenberg en Piet Borst twee 'ouderwetse' middelen voor chemotherapie getest die in het verleden onvoldoende effectief leken tegen borstkanker. Maar dit maal werden de medicijnen geïnjecteerd in muizen met borstkanker, ontstaan doordat in hun DNA het BRCA-1 en p53-gen waren uitgeschakeld. Wat blijkt? De twee middelen bestrijden de borstkanker bij deze muizen beter dan de chemokuur die gangbaar is. Die werking van deze middelen - cisplatine en carboplatine - wordt nu bij patiënten verder onderzocht. Het kan echter nog jaren duren voordat ze toegepast kunnen worden. Jonkers: "Vroeger dacht men: borstkanker is borstkanker. Tegenwoordig maken we onderscheid in subtypes en kunnen we gaan werken aan op maat gesneden behandelingen."