Stier Herman was het eerste transgene landbouwdier in Nederland. Zijn vrouwelijke nakomelingen hadden medicijnfabrieken moeten worden.
Een koe met een menselijk gen voor het eiwit lactoferrine zou melk kunnen produceren waarin dit eiwit zit. Lactoferrine kan worden gebruikt als medicijn tegen ontstekingen. De eerste keer dat onderzoekers erin slaagden om een kalf geboren te laten worden met dat extra gen was het een stiertje, genaamd Herman. De vrouwelijke nakomelingen van Herman zouden lactoferrine kunnen maken. Koeien kunnen enorm veel melk produceren, en daarmee ook veel lactoferrine. Het zou dus een efficiënte manier kunnen zijn om geneesmiddelen te maken. Ook heeft men onderzocht of de melk van Herman's dochters babyvoeding extra gezond kon maken. Uiteindelijk hebben de experimenten met Herman niet geleid tot een verkoopbaar medicijn of voedingsmiddel.
Er zijn grote bezwaren gemaakt tegen het genetisch veranderen van koeien. Het onderzoek kostte veel proefdieren. Er moesten veel embryo's van koeien worden behandeld met het gen en vervolgens worden teruggeplaatst in 'draagkoeien'. Daarbij kwam dat het aantal doodgeboren kalveren en kalveren die ter wereld met afwijkingen hoger was dan normaal. Uiteindelijk had maar één gezond kalf, Herman, het menselijk gen in zijn DNA ingebouwd.
Daarnaast vinden sommigen dat het genetisch vermengen van koeien en mensen ethisch niet acceptabel is.
Kaasfabrikanten zouden hun productiekosten flink kunnen verlagen, als er meer eiwitten in de melk zouden zitten. In Nieuw-Zeeland lopen gekloonde koeien rond die ongeveer dertien procent meer eiwit in hun melk maken dan normaal. Ze hebben extra genen voor de aanmaak van het eiwit caseïne. Hierdoor kunnen de fabrikanten met minder melk meer kaas en yoghurt maken.
De genetisch veranderde melk mag nog niet voor de productie van kaas worden gebruikt, maar tot nu toe is nog geen risico aangetoond. De koe maakt namelijk geen nieuwe eiwitten aan, maar meer eiwitten dan normaal. Toch blijven de onderzoekers voorzichtig, want het feit blijft dat de veranderingen aan de genen van de koe een effect hebben op de stofwisseling van het dier. De gevolgen daarvan moeten goed onderzocht worden.
Ook andere dieren zouden voor ons eiwitten kunnen maken. In Japan zijn zijderupsen genetisch veranderd, zodat ze de menselijke variant van het eiwit collageen in hun zijde inbouwen. Door dit eiwit uit de zijde te halen kan het gebruikt worden om kunsthuid te maken voor bijvoorbeeld patiënten met ernstige brandwonden.
Deze techniek zou een stuk goedkoper kunnen zijn dan het gebruik van genetisch veranderde dierlijke cellen. Net als bacteriën kunnen die in reactorvaten worden gekweekt. Niet ieder menselijk eiwit kan namelijk even goed door bacteriën worden gemaakt. Dieren, en dus ook mensen, bouwen hun eiwitten soms op een iets andere manier dan bacteriën dat doen. In sommige gevallen kunnen bacteriën daarom niet worden gebruikt. Zijderupsen zijn dan een goed alternatief.
Ook andere dieren zouden gebruikt kunnen worden. In Nederland is de ontwikkeling van een kwekerij van fruitvliegen vergevorderd. Fruitvliegen kunnen, net als zijderupsen, genetisch veranderd worden om menselijke eiwitten te maken.