Met: Paul Bettany, Jennifer Connelly, Jeremy Northam, Toby Jones, Benedict Cumberbatch, Martha West
Lengte: 108 min.
Vanaf 7 januari in de bioscoop
Een film over Charles Darwin kan valse verwachtingen wekken. Daarom een kleine waarschuwing vooraf: Wie naar Creation wil om meer te leren over natuurlijke selectie komt bedrogen uit. Maar diegene die geïnteresseerd is in de botsing tussen religie en wetenschap, en benieuwd is naar de man achter het boek ‘The origin of species’, mag zich verheugen op een mooie, op feiten gebaseerde film.
Charles Darwin (Paul Bettany) heeft zijn reizen achter de rug. Zijn opvattingen over het ontstaan van soorten, inclusief de mens, zijn zonneklaar: hij kan ze zelfs aan zijn lievelingsdochtertje Annie van tien uitleggen. Maar hij aarzelt over een publicatie. Zijn vrouw is bang dat hij in de hel terecht zal komen, en in de wetenschappelijke wereld zullen zijn ideeën - zacht uitgedrukt - nogal revolutionair zijn. Wanneer Annie sterft krijgt Darwin het nog moeilijker door waanbeelden die afwisselend zijn religieuze en wetenschappelijke geweten verbeelden. Toch schrijft hij.
‘The origin of species’ is voor velen nog steeds een controversieel boek. Misschien vanwege een interpretatie van de evolutietheorie die Darwin uitspreekt in de film: dat liefde, hoop, trots en moed tot ‘overleven’ zouden worden gereduceerd. Maar is dit geen logische denkfout? Zoals de zeventiende-eeuwse filosoof Leibniz al zei: ‘het leven van de mens berust op ademhaling, maar daarmee is het nog niet louter lucht’. Kennis van de ontstaansgeschiedenis van de mens en het doorgeven van het leven, betekent niet dat dit leven alleen nog in termen van DNA, genen, of natuurlijke selectie beschreven en verklaard kan worden. Betekenisgeving op andere (pyschologische, sociale, economische) niveaus blijft mogelijk. Toch nog iets om over na te denken.