De G-spot, of de vaak vruchteloze zoektocht ernaar, zou tot nogal wat frustraties leiden in de slaapkamer en daarom is het misschien maar goed ook dat hij niet bestaat. Dat beweren althans Britse onderzoekers.
De wetenschappers, verbonden aan het King's College in Londen, doen deze uitspraken na een onderzoek onder 902 tweelingparen. Zowel een- als twee-eiige tweelingen, tussen de 23 en 83 jaar, namen deel aan de studie die onder meer bestond uit het invullen van een vragenlijst.
Geen patroon
Hieruit zou geen enkel bewijs voor de G-spot gekomen zijn. Had de G-spot bestaan, zo luidt de logica van de onderzoekers, dan zouden eeneiige tweelingen er als paar notie van gemaakt moeten hebben omdat zij hun DNA delen. Er bleek echter geen enkel patroon te ontdekken: sommige deelneemsters zeiden wel een G-spot te hebben, terwijl hun identieke tweelingzus deze niet had. Eeneiige tweelingen bleken het daarbij ook niet vaker met elkaar eens te zijn dan de meer verschillende twee-eiige tweelingen.
Ongeveer 56 procent van alle ondervraagden gaf aan een G-spot te hebben, maar zij bleken vaak jonger en seksueel actiever te zijn.
Bron: King's College, 4 januari 2010