Onderzocht is in hoeverre Bosjesmannen, die als de oorspronkelijkste bewoners van Afrika gelden, verschillen van andere Zuid-Afrikanen als Desmond Tutu, die een voorbeeld is van de Bantoe stam.
Unieke genen
Uit de studie blijkt hoezeer Bosjesmannen aangepast zijn aan een leven in de woestijn. Zo beschikken ze over genen die bij nog geen andere etnische groep zijn aangetroffen en die hen in staat stellen om lange perioden van droogte en schaarste te overleven, door water en zout op te slaan in hun weefsels en vetreserves aan te leggen.
Daar staat tegenover dat Bosjesmannen niet over een natuurlijke immuniteit tegen malaria beschikken, een eigenschap die Bantoes als Desmond Tutu wel hebben. Malaria vormt voor boerende en veehoedende Bosjesmannen dan ook een grotere bedreiging dan voor de Bantoes.
Bron: Nature, 18 februari 2010