De eerste mensen waren jagers-verzamelaars. Zij trokken rond in groepen en leefden van de jacht en van eetbare planten die ze onderweg tegenkwamen. In deze leefwijze kwam verandering: zo’n 10.000 jaar geleden begonnen mensen gewassen te verbouwen. Deze overgang was een van de meest ingrijpende gebeurtenissen in de Prehistorie.

De eerste vormen van landbouw werden bedreven in de regio rond het oude Mesopotamie (het huidige Irak), de Levant (het huidige Syrië en Jordanië) en het oude Egypte. Dit gebied was zeer geschikt voor het verbouwen van gewassen vanwege de vruchtbare grond rond de stroomgebieden van de Eufraat, de Tigris en de Nijl. Het slib dat deze rivieren aanvoerden zat namelijk vol met voedingsstoffen. Daarnaast zorgden de hoge temperaturen voor een goede groei van planten.
Hoe men de landbouw ontdekte is nog onduidelijk. Maar waarschijnlijk hoefden de prehistorische nomaden door het vele voedsel niet meer rond te trekken. Ze konden zich op één plek vestigen en een dorpje beginnen. De introductie van landbouw had grote gevolgen voor de samenleving. De grootte van de groepen veranderden, maar ook de onderkomens en de werktuigen.
In het begin leefden de mensen nog gedeeltelijk van de jacht en het verzamelen van ander voedsel, zoals noten en bessen. Later begonnen ze met het selecteren van grassen op de grootte van hun zaden. Dit was het begin van de huidige graansoorten zoals tarwe en haver.
Ook vingen mensen dieren om ze te houden voor voedsel en andere nuttige producten zoals leer. De dieren zetten ze in voor het malen van tarwe en het vervoeren van producten. De boeren gebruikten beenderen en geweien van dieren om de grond te bewerken. Verder hadden ze primitieve sikkels van hout en vuursteen.

In eerste instantie werd de landbouw alleen bedreven op vruchtbare gronden langs rivieren. Later breidde het zich uit tot meerdere plekken in de wereld. Uiteindelijk gingen bijna alle jagers-verzamelaars over op de landbouw. Tegenwoordig zijn er nog maar een paar volkeren in Zuid-Amerika, Afrika en Azië die leven van de jacht en het verzamelen van voedsel.
De ontwikkeling van landbouw zorgde voor een grote voedselbeschikbaarheid en daardoor een grote populatiegroei. Hierdoor ontstonden samenlevingen met hiërarchische structuren met verschillende ambachten. De overgang van jagen-verzamelen naar landbouw maakte onze huidige samenleving mogelijk. Het was daarom een van de meest ingrijpende gebeurtenissen in de historie van de mens.