Rond de IJstijd betraden jagers-verzamelaars Nederland. Zij waren de eerste inwoners. Veel later, rond 5000 v. Chr., kwamen boeren naar de lage landen. Op basis van historische vindingen en tegenwoordig ook DNA onderzoek is de route van de Nederlander in kaart gebracht. Nog steeds migreren mensen van en naar Nederland.
Voor zover bekend wonen er al sinds ca. 30.000 jaar geleden, ruim voor de laatste IJstijd, mensen in en rond Nederland. Zij werden door de laatste IJstijd ver naar het zuiden gedreven. Daarna trokken ze weer naar het Noorden, achter het ijs aan. De eerste inwoners waren verschillende groepen van jagers-verzamelaars. Landbouw kwam pas rond 5000 v.Chr. naar Nederland, waarschijnlijk geïmporteerd van Centraal Europese boeren. Landbouw werd aanvankelijk alleen in het zuiden van Limburg beoefend. In andere delen van het land waren nog jagers-verzamelaars te vinden. Niet veel later zijn deze mensen dieren gaan houden. Daarna hebben ze zich ook ontwikkeld tot een agrarische samenleving.
Met de vondst van koper, brons en ijzer ontstond een nieuw tijdperk van allerlei culturen in ons land die deze metalen bewerkten tot gereedschappen en wapens. Deze volkeren dreven ijverig handel met stammen uit onder andere Oost-Duitsland. In deze periode vond echter weinig migratie plaats. Pas veel later, rond 600 v.Chr. hebben zich allerlei Germaanse stammen zich in Nederland gevestigd, zoals de Tubanten, de Kanninefaten en de Friezen (zie afbeeldingen). Keltische stammen kwamen naar het zuiden van Nederland terwijl andere Germaanse stammen, waaronder de Batavieren, zich ten zuiden van de Rijn vestigden.


De Batavieren gingen later op in andere stammen of zijn weggetrokken. Hun gebied werd overgenomen door de Salische Franken, die uit Salland (een gebied in het huidige Overijssel, zie afbeelding) en Duitsland kwamen. De huidige Nederlandse taal is voortgekomen uit de taal van de Franken. Na het uiteenvallen van het Romeinse rijk, rond 300 na Christus, hebben de Franken vervolgens een groot deel van West-Europa van hun veroverd. Karel de Grote heeft later de meeste landen en volkeren van Europa verenigd en heeft daarmee de basis gelegd voor het huidige Europa.
Vanaf de tijd van Karel de Grote tot aan de twintigste eeuw hebben talloze volkeren zich gevestigd in Nederland. Denk maar eens aan de aanwezigheid van de Spanjaarden tijdens de tachtigjarige oorlog. En de Franse Hugenoten die werden vervolgd voor hun religie en zich in Nederland vestigden.
Meer recentere migraties komen van verder weg. Vanaf de jaren '50 kwam een groep Mollukkers uit Indonesië, een voormalig Nederlandse kolonie, nadat deze onafhankelijk werd. In de jaren '60 nam de welvaart toe en de vraag naar ongeschoolde arbeid steeg. Daarom zijn grote groepen gastarbeiders uit vooral Turkije en Marokko naar Nederland gekomen. Vele van hen hebben zich in Nederland gevestigd. Een andere grote groep is die van de Surinamers en die van de Antillianen, beide ook afkomstig uit voormalige koloniën van Nederland. Verder zijn er om economische en politieke redenen mensen van over de hele wereld in ons land komen wonen. Deze smeltkroes van culturen zorgt voor een hele interessante genetische diversiteit.