
2009: het jaar van Charles Darwin. Het is precies 200 jaar geleden dat Darwin werd geboren. En 150 jaar geleden dat het boek ‘On the Origin of Species’ verscheen waarin Darwin zijn theorie over de evolutie beschreef. Maar wie was de man achter de evolutietheorie? En hoe kwam hij tot deze theorie?
12 februari 1809 was de datum waarop Charles Robert Darwin ter wereld kwam. Hij werd geboren en getogen in Engeland. Zijn vader was arts en zijn moeder huisvrouw.
Al van jongs af aan was Charles Darwin geïnteresseerd in de natuur. Na zijn middelbare school ging hij medicijnen studeren, net als zijn vader. Al snel bleek dat Darwin helemaal niet goed tegen bloed kon. Practica in het laboratorium vond hij daarom maar stom. Darwin liet zijn studie medicijnen versloffen. In plaats daarvan was hij veel bezig met het opzetten van dieren. Een Afrikaanse man gaf hem daar les in. Deze man vertelde hem ook over de regenwouden in Zuid-Amerika.
In zijn tweede studiejaar werd Darwin lid van een studentenvereniging die zich bezig hield met natuurhistorie. Aan zijn studie medicijnen deed hij nog steeds weinig en zijn vader schreef hem in voor de studie theologie. In 1831 deed Darwin daarin examen, maar liet zich niet meteen als priester inwijden. Hij wilde eerst met vrienden naar Tenerife om daar de natuur te onderzoeken. Als voorbereiding volgde hij lessen in Spaans en in geologie bij Adam Sedgwick. Deze man stelde Darwin voor aan Robert FitzRoy, de kapitein van het schip HMS Beagle. FitzRoy zou op reis gaan naar Zuid-Amerika. Hij wilde graag een natuuronderzoeker meenemen als gezelschap, maar ook voor onderzoek. Darwin had hier wel oren naar en besloot ondanks protesten van zijn vader mee te gaan.
Het was de bedoeling dat de reis met de Beagle twee jaar zou gaan duren. Dat werd uiteindelijk bijna vijf jaar! Darwin voer de hele wereld over. Het grootste deel van zijn reis was hij aan land. Daar bestudeerde hij de geologie en de natuur. Darwin bekeek niet alleen de omgeving, hij stuurde ook planten, opgezette dieren en fossielen met hun beschrijvingen terug naar zijn geboorteland. Hij verwonderde zich over de natuur die hij zag, want het meeste wat hij tegenkwam was nieuw.

Voordat Darwin met de Beagle uit Engeland vertrok, kreeg hij van FitzRoy een boek van Charles Lyell. Dit boek heette: ‘Principles of Geology’. Hierin wordt de theorie uitgelegd dat de vorming van de aarde een zeer langdurig en geleidelijk proces is.
In eerste instantie nam Darwin aan dat de fossielen die hij vond verwant waren aan dieren die in Europa leefden. Dat bleek niet zo te zijn. Toen hij weer in Engeland was, sprak hij met de anatoom Richard Owen. Deze man liet hem zien dat de fossielen veel nauwer verwant zijn aan levende, Zuid-Amerikaanse soorten. Voor Darwin was dit het bewijs dat de evolutie in verschillende gebieden van de wereld onafhankelijk van elkaar verloopt.
De ontdekkingen die Darwin had gedaan tijdens zijn reis, overtuigde hem dat soorten kunnen veranderen. Zijn theorie was dat alle organismen zich hebben ontwikkeld uit één oervorm. Deze theorieën beschreef hij in zijn boek ‘On the Origin of Species’. De theorie noemde hij de evolutietheorie. Volgens deze theorie zijn alle verschillende soorten ontstaan door natuurlijke selectie. Toen het boek net uitgekomen was, kreeg Darwin veel kritieken. Mensen vonden het een belachelijk idee dat mensen ook dieren waren en misschien wel zouden afstammen van de apen. Er werden veel spotprenten gemaakt van Darwin. Later werd de theorie meer geaccepteerd en nu is het bijna niet meer uit het wereldbeeld weg te denken.