Recombinant-DNA techniek

Bij recombinant-DNA techniek wordt een gen dat verantwoordelijk is voor de productie van een bepaald eiwit overgebracht in een andere cel. Deze techniek heeft vele toepassingen en wordt al op grote schaal gebruikt bij het produceren van geneesmiddelen door onder meer bacterie-, gist- en hamstercellen.

DNA knippen en plakken

Om het bewuste gen - genX- in een cel te krijgen, wordt eerst een stuk DNA uit een bacterie of gist gehaald. In dit stuk DNA komt uiteindelijk het genX. Daarvoor moet eerst wat knip- en plakwerk verricht worden. Met behulp van restrictie-enzymen kan het stuk DNA opengeknipt wordt. DNA ligase plakt het genX in het DNA. Het gerecombineerde DNA wordt daarna teruggeplaatst in de bacterie of gist.

Toepassing: insuline

Veruit het bekendste voorbeeld waarbij recombinant-DNA techniek is toegepast, is de productie van het hormoon insuline. Diabetespatiënten missen dit hormoon en kregen vroeger insuline uit koeien en varkens ingespoten. In de jaren 70 werden technieken ontwikkeld waarbij een gen overgeplaatst kon worden in een bacterie. Dit bood mogelijkheden om bacteriën eiwitten te laten maken, die ze van nature niet maakten. In 1982 slaagde men er voor het eerst in het DNA van een bacterie te recombineren met het menselijke gen voor insuline. De bacteriën gingen hierdoor insuline produceren. Deze eigenschap werd vervolgens op de dochtercellen overgedragen, zodat er massaproductie van insuline kon ontstaan. De productie van insuline vindt nu plaats in grote vaten waarin het proces kan worden gestuurd. Na zuivering is de insuline bruikbaar voor diabetespatiënten.

Andere toepassingen

Recombinant-DNA techniek heeft niet alleen de productie van insuline opgeleverd, maar ook van andere eiwitten zoals het menselijk groeihormoon en zelfs enzymen die in wasmiddelen zitten.