DNA-monsters bevatten een verzameling van DNA-fragmenten van verschillende lengtes. Om de DNA-fragmenten uit elkaar te halen, kun je gebruik maken van de techniek gelelektroforese. Dit is een techniek die stukjes DNA op basis van hun grootte van elkaar scheidt met gel en electriciteit. Het bandenpatroon dat ontstaat, geeft de onderzoeker informatie over het DNA-monster, bijvoorbeeld over de aanwezigheid van een bepaald gen in een weefsel.
Met gelelektroforese kun je een mengsel van DNA-fragmenten van elkaar scheiden op basis van grootte. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de negatieve lading die DNA bezit, veroorzaakt door de negatief geladen fosfaatgroepen in het molecuul. Het spanningsverschil dat zal worden aangebracht op de gel, zorgt ervoor dat aan de bovenkant de gel negatief geladen, en aan de onderkant positief geladen wordt. DNA fragmenten worden aangetrokken door de positieve pool en zullen zich van boven naar beneden in de gel gaan bewegen. Door de structuur van de gel zullen kleine fragmenten hier sneller doorheen gaan dan de grotere fragmenten. Hierdoor zullen op het moment dat het elektrische veld wordt opgeheven, de kleine fragmenten verder naar beneden zijn gelopen dan de grotere fragmenten. In de gel wordt dan een patroon van smalle bandjes zichtbaar. Elk streepje bevat miljoenen of miljarden stukjes identiek DNA, die dus even lang zijn. Omdat het er zo veel zijn, zijn ze zichtbaar te maken met een kleurstof die aan DNA bindt.

Een onderzoeker kan nu desgewenst één bandje uit de gel snijden, en daar het DNA uit isoleren. Hij heeft dan een groot aantal kopieën van één DNA-fragment, waarmee hij verder kan werken.