Om DNA te kunnen onderzoeken moet het eerst worden gezuiverd van allerlei celmateriaal, zoals eiwitten, membranen en celorganellen. Dit wordt DNA-extractie (ook wel 'DNA-isolatie') genoemd. Dit is nodig om het DNA voor onderzoek te kunnen gebruiken.
Er zijn verschillende technieken om het DNA uit een cel te isoleren. Dit is afhankelijk van het soort cel (dierlijk of plantaardig). Ook ligt het eraan hoe zuiver het geïsoleerde DNA moet zijn. De mate van zuiverheid geeft de complexiteit van de extra zuiveringsstappen weer.
De volgende stappen vind je meestal in een of andere vorm terug bij DNA-extractie:
1. verzamelen van cellen;
2. stuk maken van cellen met behulp van een oplosmiddel (een detergent);
3. minder oplosbaar maken van DNA door zout toe te voegen; hierdoor slaan ook eiwitten neer;
4. kwijtraken van overbodige celbestanddelen zoals eiwitten en RNA met behulp van enzymen en filteren;
5. neerslaan van DNA met een alcohol.
Uitleg van DNA extractie in een figuur