Resultaten voor RNA

47 Results

tRNA

Transfer RNA (tRNA) is het RNA  dat tijdens de translatie de genetische informatie in het mRNA vertaalt naar aminozuren.

rRNA

Ribosomaal RNA (rRNA) is het RNA dat een onderdeel is van de ribosomen. Ribosomen zijn opgebouwd uit eiwitten en rRNA. rRNA zorgt tijdens de translatie voor de vorming van peptidebindingen tussen aminozuren.

RNA-polymerase

RNA-polymerase is het enzym dat bij transcriptie het RNA maakt. Hierbij worden de nucleotiden Guanine (G), Cytosine (C), Adenine (A) en Uracil (U) gebruikt. RNA-polymerase kan een RNA-keten zelf starten. Er is dus geen primer nodig, zoals bij DNA-polymerase. 

RNA-interferentie

RNA-interferentie, oftewel RNAi,  is een proces dat genexpressie remt, door het afbreken of blokkeren van mRNA-moleculen voordat translatie kan plaatsvinden.

RNA

RNA is een molecuul dat, net als DNA, bestaat uit een reeks aan elkaar gekoppelde nucleotiden. In de cel hebben RNA-moleculen verschillende functies rondom de eiwitsynthese.

mRNA

mRNA, of messenger RNA, is RNA dat nucleotide voor nucleotide overgeschreven is van een (DNA-)gen. Aan de hand van de nucleotidenvolgorde in dat mRNA wordt vervolgens een eiwit samengesteld uit aminozuren. Het overschrijven van DNA in mRNA noemen we transcriptie, het vertalen van mRNA naar eiwit heet translatie.

Zygote

Een zygote is een eicel die bevrucht is door een zaadcel. Door mitose en celspecialisatiekan een zygote van één cel uiteindelijk uitgroeien tot een volwassen organisme. Ook na enkele celdelingen wordt nog gesproken van een zygote; daarna noemen we het organisme een embryo. In de vroege ontwikkeling bestaat een zygote nog helemaal uit stamcellen.

Virus

Een virus is een hoeveelheid erfelijk materiaal (DNA of RNA) met daaromheen een eiwitmantel, die levende cellen infecteert. Het DNA of RNA bevat de instructies om nieuwe viruseiwitten te maken. De eiwitmantel beschermt het erfelijk materiaal van het virus en helpt bij het binnendringen van gastheercellen. Doordat virussen de uitrusting missen om zelf eiwitten te maken, hebben ze levende cellen nodig om zich voort te planten.

Vacuole

De vacuole, een organel, is een met vocht gevuld blaasje omgeven door een membraan.

Tripletcode

De tripletcode is de code waarmee de nucleotidenvolgorde in RNA vertaald kan worden naar een aminozuurvolgorde in een eiwit.